Jan van Bakel


Antoon en Anna
Een Rome-reis in 1933

(Terug naar Bibliografie)


Anna

Anna

Inhoud

Inleiding
Op bedevaart
Vertrek Nijmegen
Kaart uit Luzern
Per boot Luzern - Fluëlen
Anna aan Antoon
Vervolg treinreis
Milaan 5 oktober
Milaan - Rome
Aankomst te Rome
Rome 6 oktober
Antoon aan Anna
Kaart uit Rome
Rome 7 oktober
Anna aan Antoon
Antoon aan Anna
Kaart uit Florence
Antoon aan Anna
Aantekeningen
Beknopte Reisbeschrijving
Dienstregeling bij vertrek

Antoon

Antoon

Inleiding

Terug

Ter viering van het heilig jaar werd in oktober 1933 een Rome-bedevaart georganiseerd door het secretariaat van de Aartsbroederschap van de Heilige Familie, gevestigd te 's-Hertogenbosch. 1, Deze organisatie beoogde het geestelijk leven van de leden, meest gehuwde maar in elk geval volwassen mannen, te verdiepen. Op zondagen na het lof was er bij ons in de kerk een religieuze bijeenkomst van die mannen die gewoon familie werd genoemd. De leiding van de organisatie berustte bij de paters redemptoristen. Zij gaven ook het Zondagsblad uit dat in Nuenen kortweg het familieblaadje werd genoemd.

Zoals blijkt uit de beneden gereproduceerde documenten en zoals uitdrukkelijk wordt gesteld in het onderschrift bij een groepsfoto van alle deelnemers, genomen op de trappen van St. Pieter en afgedrukt in de Katholieke Illustratie van 18 oktober 1933,2 gaat het om een gezelschap van 500 pelgrims, staande onder de geestelijke leiding van Pater N. Govers CssR, directeur van het secretariaat van de Aartbroederschap. In een bewaard pelgrimsboekje3 worden de namen van 482 deelnemers opgesomd. Er bevonden zich 27 geestelijken 4 in het gezelschap; hun namen zijn in de lijst vet gedrukt. Een globale analyse laat zien dat de grote meerderheid uit Brabant en Limburg komt, maar ook Holland is goed vertegenwoordigd, van Hoek van Holland tot Medemblik en Nibbixwoud toe. Harderwijk, Kampen, Zutphen en Zevender -- dit laatste voor Zevenaar -- zijn de meest noord-oostelijke plaatsen van herkomst, als we even het echtpaar Grol uit Veendam over het hoofd zien. Uit Zeeland zijn slechts te melden zes personen uit Vlissingen, één uit Middelburg, één uit Philipine en één uit Kloosterzande. De reis werd uitgevoerd door N.V. Reisbureau Centropa, hoofdkantoor te Utrecht. De reiskosten bedroegen per persoon voor 2e resp. 3e klasse per spoor en 2e klasse hotel f 155,- resp. f 133.- .5

Men reisde per trein vanaf Nijmegen via Luzern, Lugano, Milaan, Parma, La Spezia naar Rome en terug via Assisi, Florence, Venetië, Milaan, Brig, Kandersteg, Bern en Bazel weer naar Nijmegen. De vertrekdatum voor de reis was dinsdag 3 oktober 1933, de datum van terugkeer vrijdag 13 oktober 1933. De plaatsen van overnachting waren achtereenvolgens: in de trein, Milaan, Rome (vier keer), Florence, Venetië (twee keer) en Bazel. Het genoemde pelgrimsboekje, dat verder godvruchtige oefeningen en gebeden voor de bedevaart bevatte, laat dit alles vaststellen in een beknopte reisbeschrijving (die beneden wordt afgedrukt), nauwkeuriger dan het gedeeltelijk bewaarde reisdagboek van Antoon van Bakel, kousenfabrikant, geboren op 24 augustus 1887. Hij was één van de vier -- zegt het boekje -- deelnemers uit Nuenen. Andere Nuenense mensen waren Thijs van Kemenade, onze latere buurman, de broer van pastoor van Kemenade, een latere rector op het nonnenklooster; Truu Kôun, ambtenares der PTT op het postkantoor; en Jana van Bakel, zuster van Antoon, gehuwd met Theodorus van Gerwen, oom Theo, in het boekje genaamd Van Bakel - Eerdeven, hetgeen nog zijn gevolgen zou hebben. Gerard van Hoorn, molenaar te Opwetten en Piet Linders, kastelein op het Heieind, komen in dat boekje niet voor maar hun deelneming is gedocumenteerd in het reisdagboek van Antoon. 6 Het speelde allemaal in de dagen van de aanslag op Dollfuss en het proces tegen Van der Lubbe, toen de Zwitserse franc nog 50 en de Lire 13.25 cent waard was. Maar alleen van dit laatste krijgen we in onze bronnen iets te horen en alweer in het pelgrimsboekje.

Dit boek onder de titel Antoon en Anna is vooral gemaakt om onze familiedocumenten die van deze reis zijn overgebleven voor verlies te behoeden, niet vanwege een eventueel inhoudelijk belang van algemene aard maar uit eerbied voor twee gewone mensen. Het betreft drie brieven en evenveel briefkaarten van Antoon aan Anna, zijn vrouw, Johanna Maria van Dijk, geboren 11 januari 1898, en twee brieven van deze Anna aan Antoon. Ze werden door Anna haar hele leven lang bewaard zonder dat iemand van haar kinderen er ooit een blik in heeft geworpen. Na haar dood in 1990 zijn ze uit haar schamele bezittingen tevoorschijn gekomen. Verder is er een klein aantekenboekje, in half-stijve oranje kaft gebonden, met een zwarte linnen rug, waarin Antoon zonder enige nadere indeling, hoofdstukken of paragrafen een reis-dagboek heeft bijgehouden. Het boekje, dat wij allen wel kenden, telt thans 28 vaste en 3 losse bladen (62 bladzijden), alle met potlood beschreven, zonder marge op 18 lichtblauwe lijntjes met, ruw geschat, gemiddeld 65 woorden per zijde. De maten van het boekje zijn 80 bij 136 millimeter. Op de binnenzijde van de voorkaft is het nummer 722 gedrukt. 7 Omdat het dagboek geschonden is en de tekst daardoor leemten vertoont, zal ik het nauwkeurig analyseren.

Achterin het boekje bevinden zich nog twee, niet voor het reis-dagboek gebruikte, bladen, die bijgevolg hierboven niet in de telling werden inbegrepen. Het laatste is de helft van het schutblad dat als verbinding diende tussen laatste katern en kaft. Beide zijn leeg, met dit voorbehoud dat de laatste zijde door vroegere vasthechting aan de achterkaft daarvan een spiegelafdruk vertoont. De hier bedoelde vasthechting is niet origineel, want aan de achterkaft zit altijd nog de tweede helft van het schutblad. Daarop staan moeilijk interpreteerbare tekstgedeelten, die, evenals de tekst op de binnenzijde van de voorkaft, in verband gebracht kunnen worden met zaken uit het kousenfabriek van Antoon van Bakel. Op de achterkaft aan de buitenzijde zijn vaag de sporen te zien van de naam Antoon van Bakel.

Dat de achterkant ooit, vroeger of later, de voorkant is geweest blijkt uit de tekstresten op de smalle resten van afgesneden bladen, die immers ondersteboven staan t.o.v. de dagboek-tekst. Die bladresten noem ik in het vervolg reepjes. Ik tel er 3 voorin het boekje en 5 achterin. De meestal met de pen daarop geschreven tekstresten hebben kennelijk niets te maken met het reisverslag, maar houden eerder verband met zaken uit het kousenfabriek van Antoon. Het is mogelijk dat Antoon het plan voor een dagboek pas heeft opgevat tijdens de reis en toen gebruik heeft gemaakt van een aantekenboekje uit het fabriek dat hij toevallig bij zich had. De afsnijdingen van bladzijden kunnen later door anderen zijn aangebracht. 6 Van de reepjes betekenen 6 afgesneden bladen (12 bladzijden). 2 Zijn dubbele reepjes: er ontbreekt aan beide zijden een stuk papier en ze vertegenwoordigen dus 8 bladzijden.

Over de katern-structuur kan het volgende worden gezegd. In het midden bevindt zich een ongeschonden katern van 10 vel of 40 bladzijden. De tekst van het dagboek zet zich van begin tot einde van deze katern logisch voort. Dit deel van het boekje is volkomen gaaf en compleet en kan daarom gebruikt worden als uitgangspunt voor de reconstructie. Het is duidelijk door de ruimte die er is in het naaiwerk van de inbinding van het boekje dat het oorspronkelijk veel dikker is geweest dan in zijn huidige staat na de verwijdering van niet voor het reisverslag benutte bladzijden. Het boekje zal daarom, naar ik aanneem, oorspronkelijk drie evengrote katernen hebben gehad, geplaatst tussen twee schutbladen, d.w.z. bladen die voor de helft op de aangrenzende voor- resp. achterkaft waren geplakt.

Al na de tweede bladzijde tekst van het reis-dagboek ligt het naaisel van de binding van de eerste katern. De bladzijden 19, 20, 21 en 22 van deze katern, waar middenin het naaigaren zit, bevatten één logisch doorlopend tekstgeheel. Als er bladzijden verdwenen zullen blijken, zal het midden van deze katern niet de plaats kunnen zijn. De tekst van het dagboek begint dus met zekerheid op zijde 19 van katern 1. Na dit middenblad (4 bladzijden) volgen dan: 3 losse bladen (6 bladzijden) en 2 vaste bladen (4 bladzijden). Deze laatste twee bladen zitten vast aan de 2 binnenste of laatste van de 3, boven genoemde, reepjes voorin. Het eerste reepje is een rest van het schutblad. Het is duidelijk dat de 3 losse bladen loszitten omdat ze hun reepjes voorin door een of andere oorzaak zijn kwijtgeraakt. Het is op grond van de tekst niet twijfelachtig dat de drie losse bladen in de eerste katern thuishoren. Ze vormen een aaneensluitende tekst die logisch wordt vervolgd op de 2 vaste laatste bladen (4 bladzijden) van de eerste katern.

Mede op grond van reepjes en losse (halve) bladen kunnen we zes katern-bladen van de veronderstelde oorspronkelijke 10 traceren. Vier bladen (16 bladzijden) mankeren er dus. De helft daarvan (8 bladzijden) hoort noodzakelijk thuis tussen zijde 22 van de katern en het eerste losse halve blad. Dat voert tot de dwingende conclusie dat er 8 bladzijden tekst was gewijd aan de reis van Krefeld tot Karlsruhe met een tijdsverloop van 5 uur (5.30 uur - 10.30 uur). Omdat we niet met zekerheid weten of de eerste zin van de aanwezige tekst ook de eerste van het dagboek was, weten we ook niet hoeveel tekst er ontbreekt vóór dat begin. Het zou een bijzonder geval zijn, omdat het een verlies zou betekenen van hele bladen i.p.v. halve die in gevaar verkeerden nadat hun wederhelft, onbeschreven immers, tot een reepje was teruggebracht.

Van de laatste katern van het boekje -- ook weer eentje van verondersteld 40 bladzijden -- resteren slechts 4 bladen tekst (8 bladzijden). Achterin bevinden zich nog twee lege bladen (4 bladzijden), het laatste een deel van het schutblad. Iemand heeft deze 2 later vastgeplakt tegen de achterkaft (met schutblad) maar ze konden gemakkelijk voorzichtig losgemaakt worden.

Het eerste blad van de katern zit verlijmd aan de laatste bladzijde van de intacte midden-katern en de tekst vertoont tussen beide een logisch vervolg. Dit blad is dus met zekerheid het buitenste blad van de derde katern. Het moet volgens de uitgangspunten een fysieke eenheid gevormd hebben met het eerste van de beide lege bladen achterin; het tweede immers is de helft van het schutblad. Dat verband is verscheurd, maar zichtbaar is wel dat het tweede blad (zijde 3 en 4 van de katern) vastzit aan het laatste van de 5 reepjes. Tussen het laatste blad van de tekst, eindigend zonder logisch einde, en de centrale naaidraad van de binding bevinden zich 2 reepjes, in dit geval ''dubbele'' omdat de zijden zowel links als rechts van die draad zijn afgesneden. Het was al duidelijk dat we van de katern 6 bladen (24 bladzijden) missen. Omdat de dubbele reepjes in het centrum van de katern resten tekst laten zien die zeker niet tot het dagboek hoorden, kan de helft van die 24 ontbrekende bladzijden onmogelijk tot het dagboek behoord hebben. Ze liggen immers in het tweede deel van de katern achter een bladzij (nu een reepje) die niet tot het dagboek hoorde. Alleen binnen de eerste helft van de katern is dus tekst zoek. Omdat een gedeelte van de ontbrekende tekst moet volgen op het overgeleverde open einde, kan over de halve bladen (tweetallen bladzijden) die in het eerste deel van de katern thuishoorden gezegd worden: een opeenvolgende reeks daarvan, de eerste tot en met de n-e zijde, volgde op zijde 4 van de katern en de rest kwam achter de tekst-bladzij met het open einde. Hierbij geldt: n is even (groter dan 0) en kleiner dan 12. Onze kennis is hier weliswaar exact maar zeer onaanzienlijk.

De algemene conclusie van onze analyse moet zijn dat er naast 62 bladzijden tekst in totaal (minstens) 20 ontbreken, te weten (minstens) 8 in de eerste en 12 in de derde katern, zodat slechts (hoogstens) 75.6% van Antoons reisaantekeningen is bewaard gebleven. Ik zeg hier minstens vanwege de mogelijkheid -- voor mij de waarschijnlijkheid -- dat er ook vóór het ''begin'' iets ontbreekt.

De teksten van Antoon in zijn dagboek maken de indruk met een zekere haast en slordigheid te zijn geschreven. Er treden tal van verschrijvingen op en leestekens en hoofdletters vertonen veel willekeur. Ik heb evenwel nagelaten al die oppervlakkige onzuiverheden te verbeteren, niet alleen omdat de daarbij toch weer noodzakelijke beperking tot willekeur zou voeren, maar ook omdat we afbreuk zouden doen aan een werkelijkheidsgetrouwe weergave van Antoons aantekeningen zoals ze nu eenmaal vorm hebben gekregen.

Anna is mijn moeder, Antoon mijn vader. Ik heb het boekje gemaakt omdat de verzameling teksten waarom het gaat alle schriftelijke communicatie omvat tussen de beide echtgenoten die er tijdens hun huwelijk maar kan hebben plaatsgevonden, eenvoudig omdat er in de jaren van hun huwelijk (1925 -- 1956), behoudens korte ziekenhuisopnamen, nooit andere dagen zijn geweest dat zij van elkaar gescheiden waren. De teksten zijn daarom voor hun negen nog levende kinderen van grote waarde. Misschien hebben ze ook voor anderen enige bekoring, al was het alleen maar omdat ze al een waas dragen van een ver verleden.

De indeling van de teksten over afzonderlijke paragrafen en de paragraaftitels zijn voor rekening van ondergetekende. De commentaar en de interpretatie beperkt zich tot deze inleiding en de aantekeningen. Al het andere is letterlijke, volledige en tot in detail getrouwe weergave van de geschreven documenten. Bij een klein aantal passages heb ik een vraagteken moeten plaatsen wegens onduidelijkheid in de tekst. Bij de weergave van het dagboek heb ik, in verband met het boven geanalyseerde probleem, een geplaatst overal waar de tekst overgaat naar het begin van een rechterpagina van het dagboekje.

We hebben de verschillende documenten, te weten dagboek en brieven, in een groot verband bij elkaar gebracht. Het dagboek is het kader waarbinnen de verschillende brieven werden ingepast op plaatsen die overeenkomen met de tijdstippen waarop ze geschreven werden. Een brief van Anna staat dus in beginsel tussen gebeurtenissen die zich op het moment van schrijven bij Antoon afspeelden, beter gezegd op de momenten die Antoon in zijn dagboek beschrijft. Zo is gepoogd de twee gescheiden gelieven een beetje bij elkaar te brengen. Naar mijn hoop en verwachting kan de lezer zich zo beter inleven in elk van beiden, zo onwennig in de eenzaamheid en zo ver verwijderd van de ander.

Hoewel onze belangstelling in de eerste plaats uitgaat naar de brieven en het dagboek die onze ouders hebben nagelaten, -- de brieven berusten bij mij, het reisboekje bij mijn zus Josepha Maria -- heb ik gemeend andere gegevens omtrent de bedevaart toch ook te moeten honoreren, ter verduidelijking en omdat ze zo moeilijk bereikbaar zijn. Daarom is uit het pelgrimsboekje de korte beschrijving van de reis en de dienstregeling van de extra-trein bij vertrek toegevoegd. Daarmee is overigens de documentatie niet zo compleet geworden als men die zou wensen. Er zijn grote stukken zoek van het dagboek van Antoon en zo weten we bijna niets over zijn persoonlijke ervaringen gedurende de laatste dagen. Wel weten we veel details, ook uit die periode, uit de Reiskrabbels van Heeroom 8 die in veertien opeenvolgende afleveringen verschenen tussen 1 oktober en 31 december 1933. In het algemeen krijgen we een beeld van een, ik zou geneigd zijn te zeggen: typisch Nederlands reisgezelschap met een groeiende kameraadschap en vertrouwelijkheid onderling naar gelang de reis vordert en met de zo kenmerkende uitgelatenheid en luidruchtige samenzang, vooral op de twee avonden op het San Marcoplein in Venetië. 9 Achteraf begrijp ik beter waarom Antoon bij thuiskomst zo hees was dat zelfs zijn oudste dochter, toen vier en een half jaar oud, zich dat nu nog levendig herinnert. Ik heb overwogen ergens in dit boek met behulp van citaten uit die Reiskrabbels de documentering te vervolledigen, maar ik heb ervan afgezien. Ik zou er niet door bereiken wat ik als enig doel voor ogen had: Antoon en Anna in hun beleving van die tien dagen terug te brengen in onze gedachten.

Jan van Bakel
Nijmegen, 11 juli 1998.

(Het boekje is gepubliceerd in 1998 onder ISBN 90-9011898-5)

Op bedevaart

Vertrek Nijmegen - 3 oktober

Terug

Wij, Mej. G Koun Tante Jana en ik reisden met de oranje trein, de ander Nuenensche reisden met de blauwe trein, en deze was nog niet aangekomen. Op het perron hebben wij nog eenigen tijd staan praten, maar al spoedig stapten wij in den trein Wij hadden coupé no. 65

Weldra vertrok de blauwe trein in de richting Rome, nagewuifd door ons allen. Nu begon voor ons de kennismaking met onze medereizigers Het was al direct een genoegen te bemerken dat een der medereizigers geen onbekende was. Deze was de Heer Smulders 10 uit Eindhoven welke ik vroeger had ontmoet bij Mandigers te Eindhoven11 Deze heer beviel ons wel, wat later werd bevestigd. De andere Heer was de Heer Vettenburg uit Zutphen welke daar aan den Raad van arbeid een functie bekleedde 12 Deze heer, gepensioenneerd Marrechaussee was een goed gehumeurd persoon, en viel dadelijk in den smaak Derde was de Heer Crijns een bakker uit Heusden, 13 en oud Nuenenaar Wij waren allen zeer in onzen schik met elkanders gezelschap, en hadden de beste verwachtingen van onze reis.

Om 4.05 gingen wij over de Duitsche grens wat men kon waarnemen door verandering van geluid De spoorbiels zijn hier niet van hout, maar van ijzer.14 In de verte zien wij rechts heuvels Om 4.30 passeeren wij Cleve en om 5.20 Kempen. tamelijk groot station Tot nu toe is er niets bijzonders te zien. Om 5.30 passeeren wij Crefeld. Het is een geweldig groot15

16 In hunne coupé ging het heel gezellig toe en heb daar al direct gezongen van ''De Graaf van Luxemburg'' Ook in onze coupé had het al dien tijd gezellig toegegaan Eenigen tijd hebben wij doorgebracht met kaarten, maar de tafel (hier een koffer) stond niet vast genoeg en het spel werd ook niet met ernst gespeeld Om 10.30 passeeren wij Karlsruhe. De meeste reizigers worden stil, en er wordt getracht te gaan slapen wat de meesten niet lukte 17 Omstreeks 4.30 sliep ik even in naar schatting een half uur, en ben intusschen door een tunnel gereden Dit was even voordat wij Olten18 passeerden Wij kwamen circa 6 uur te Luzern aan en zijn aanstonds naar de kerk gegaan om half zeven en te communie geweest Na de Mis gingen wij naar Hotel Monopol 19 en gingen ontbijten. Het was hier ontzettend druk met kaarten koopen en schrijven Wij kwamen tot de bevinding dat wij al direct de kaarten geweldig duur moesten betalen De koffie was goed, maar wij hadden maar weinig tijd De Heer Smulders maakte voor het hotel hier van ons een foto, en ook van Z E Doorl. H den Bischop welke de reis tot Milaan medemaakte 20 Wij hebben toen een wandeling gemaakt door Luzern, waar wij vele winkels zagen met houtsnijwerk Wij weten nu waar de prachtig besneden koekoek klokken vandaan komen. Hier zijn vele, en groote hotels. Omdat, hetgeen hier beziens waardig is op heuvels is gelegen en er velen bij ons waren welke de tocht niet konden maken, zijn wij maar beneden gebleven, en hebben de zitplaatsen langs het Vierwoudstedenmeer wat hier begint in beslag genomen, Van Luzern hebben wij dus niet veel gezien, maar dat was niet erg want ons doel was Rome.

Kaart uit Luzern

Terug
Mej. Anna v. Bakel - van Dijk
F.5.
Nuenen - N.Br.
Holland21

Beste

Zooals je ziet ben ik dus in Luzern. Ik ben goed aangekomen, weinig geslapen, maar goed gezond ik hoop dat het jelie even goed gaat.
Alles is hier even prachtig. Tot ziens
Dag Tien Jan Zus Antoon Nella en vooral Anna.
Groetend Antoon.

Per boot Luzern - Flüelen

Terug

Om 10 uur gingen wij op de boot. Daar wij reeds 14½ uur in den trein gezeten hadden waren wij blij eens te mogen reizen met de boot Naar men ons zeide waren wij reeds 1925 km van Holland verwijderd? Of het waar is?22 Wij waren allen, als men het zoo noemen mag, eenigzins teleurgesteld, voornamelijk onze fotograaf, omdat het zoo mistig was. Men kon slechts op geringen afstand van de kust iets onderscheiden, toch was het gezicht op Luzern van uit de boot prachtig, ook de tegen de helling gebouwde villa's Toen wij een half uur gevaren hadden trok de mist op, en nu vertoonde zich voor onze oogen zoo'n geweldige pracht, dat dit nooit kan beschreven worden. Dit moet men gezien hebben, Wij zagen honderden bergen vlak aan onze voeten van om de 2000 mtr hoog. Sommige begroeid tot op den top, andere weer kale rotsen, terwijl velen zijn bebouwd met schilderachtige huisjes Een prachtig gezicht was het wanneer een fietser, of een auto de bergwegen passseerde Onze fotograaf maakte hier tal van fothos Nooit zal ik vergeten de pracht, als ik boven de wolken soms een top van een berg zag, waarvan het benedengedeelte in wolken gehuld was. Bergen met sneeuw zagen wij hier nog niet De Pilatus 23 moest anders van hier te zien zijn geweest maar toen was het nog te mistig Op het andere einde der boot zong men er lustig op los Voor ons zat Z.H.E. den Bisschop Het Vierwoudstedenmeer was nu kalm, maar een leider vertelde dat het hier stormen kan, en het dan niet geraden is om op het dek te blijven, wat nu wel ging. Bij storm zouden velen zeeziek worden. De zon scheen lekker warm. Het water is hier donker groen van kleur

Anna aan Antoon

Terug
Nuenen 4 Oct. 1933

Liefste papa,

Al is het nog zo kort geleden dat ge zijt vertrokken, toch zal ik maar gauw den tijd nemen om het een en ander te vertellen, want ge zult wel met verlangen de post tegemoet zien, of er niet een brief van thuis bij is. Dat kan ik me wel indenken. Toch kan ik U niet veel vertellen.
t Is het gewone leven van iederen dag, behalve dat ik papa den heelen dag mis. Ik heb in huis en overal net 'n gevoel of er iemand weg is en dat is ook wel degelijk waar. De tijd zal wel lang vallen, nog negen heele dagen en ik zie dan ook reeds met verlangen naar 13 Oct. uit. Ge moet U daardoor echter het plezier der reis niet laten benemen. 't Is U van harte gegund, dat weet ge wel, en ik hoop maar dat het U goed bevalt. Profiteert er maar zoo veel mogelijk van.

We maken het hier allemaal, 24 van groot tot klein, zeer goed. Ze zijn allemaal nog al redelijk braaf, hard roepen doet wel wat af al is het niet veel, en dan loopt het nog wel los. De nieuwe meid 25 is al in actie en 't valt genoeg mee. We zullen het nog zoo slecht niet getroffen hebben. Ze is met allemaal al dikke vrienden behalve met Liesje.26 die wil nog niet van haar naar bed gebracht worden, maar dat zal nog wel wennen.

Van de fabrieken 27 moet ik toch ook het een en ander zeggen. Vooreerst over het afgezonden garen: Vanmorgen kwam er een kennisgeving uit Valkenswaard. Op advies van Oom Theo28 heb ik deze per brief, afgeteekend aan 't station Valkenswaard teruggestuurd met 't verzoek om door te zenden. Dit zal zoo dus wel terecht komen.

Van Z. uit Hoogeveen bestelde 20 dz. als nieuwe order. Van Erp schreef, geen kousen meer te willen zenden, dan na afroep. Die schijnt in een keer genoeg te hebben. Verder is er nog wat gekomen vd Middenstands bond, 'n briefkaart over de najaarsvergadering te Oss en een enveloppe met drukwerk. Ik denk dat het wel zal kunnen liggen tot U weer thuis bent. Daarom zal ik er maar geen moeite voor doen. v.d Sterren had bericht gekregen over dat inbinden. 29 De goedkoopste band dus, die van f 1.50 , wilden ze leveren voor f 1.20 . Van de overige kon, 10ct per stuk minder worden gerekend zoodat een ronden band f 1.90 zal kosten. Ze zouden ze dan volgende week komen afhalen. We zullen ze dan toch maar medegeven, of als ge denkt dat het beter is van niet, dan schrijft ge er wel enpassant 'n enkel woordje over. De brief raakt al haast vol en daarom zal ik maar kort zijn. Hoe maakt tante Jana het? Oom Theo vindt het thuis heel eenzaam. Hij had gisteravond maar een flinke borrel erop gezet om toch maar gauw in te slapen. Als ge ook zoo alleen ligt. Daar heb ik dan toch maar niet over te klagen. Vanmorgen lagen we liefst met vieren, ook plezierig, om half zeven was ik al op. Wat zal ik 'n scha in te halen hebben.

Cato was gauw vertrokken, tenminste al voor de school uit was. Ik denk dat ze dat deed om geen afscheid te moeten nemen. 30 Ze was wel blij met haar getuigschrift. Maar ge ziet de brief raakt vol en ik zou wel aan den gang kunnen blijven. Enfin 'n half vel meer zal hem toch nog niet te zwaar maken. En ik mag toch niet vergeten te vertellen, wat ik al voor consternatie gehad heb eer dat ge nog wel in Lieshout waart. 31 Daar zat me dan gistermiddag de W.C. vol. zoo gauw als ge weg waart. Goede raad was duur maar ik ben maar gauw naar Rooijakkers gegaan, en heb er Toontje Pinda 32 maar wat uit laten halen 33 en achter in den hof in den hoop laten gieten, zoodat we nu weer voort kunnen zoolang als ge thuis zijt.

U zult nu die kaart al wel ontvangen hebben van de jongens. 34 Ze vragen iederen keer, waar is papa nou? En als ik het dan zeg dan is 't, waar ligt dat? En dat moet ik dan maar weten. Ik ben wel erg benieuwd hoe of ge het wel maakt, maar als ge dit leest hoop ik toch ook wel iets van je gehoord te hebben. 't Was toch afgesproken dat ik niet zou schrijven voor Donderdag maar Oom Theo 35 vondt dat het wel wat laat was. Hij was maar bang dat tante Jana dacht: hij heeft me al niet meer noodig. Maar dat denkt mijn Toontje toch niet, dat weet ik zeker. Nu zal ik dan maar beginnen om heel veel groeten te doen, ook aan tante, van al de kinderen, en van tante Lies36 en van thuis,37 anders is het halve vel weer te klein.

En van mij heel veel groeten en duizend ''huizen''38 en heel veel wenschen voor een pleizierige en voorspoedige reis. en veel devotie bij de Jubileum beedevaart en nog heel veel meer, zooveel dat ik het allemaal zelf niet weet of niet kan zeggen.

En denk maar dat ik de dagen al tel en dat ik altijd blijf.
je liefste en altijd liefhebbende
Anna
Doe ook maar de groeten aan Mej. Koun, en de andere ook maar als ge dat noodig vindt39

Vervolg treinreis

Terug

Tegen 12 uur kwamen wij te Fluëlen aan, en gingen direct naar ons hotel ten einde te dineeren Pater Govers uit den Bosch sprak ons vanaf het balkon 40 eenige oogenblikken toe, waarop een Lang leve Pater Govers volgde. Het eten smaakte ons buitengewoon, en was volop voldoende Hier waren nog aardappels genoeg. 41 Na het diner hadden wij een uur vrij, en gingen wat wandelen en kaarten koopen en schrijven. Een mooi klein kerkje werd door ons bezocht Dit was op een berg gelegen, en ofschoon het niet hoog was, de klimpartij viel niet mee. Van boven hadden wij weer een prachtig gezicht op Fluëlen met achtergrond zeer hooge bergen. Te kwart over 242 vertrok weer onze trein in de richting Milaan Bij Gurtmelle,43 een in de bergen gelegen dorp zagen wij sneeuw op de bergen Dit moet de St Gothard geweest zijn, en het was voor ons weder een nog niet gezien vergezicht De geheele reis niets als bergen, bergen en niet zoo laag, ze waren allen naar schatting om de 1500 2000 Mtr Steeds reed onze trein door een dal met langs ons een prachtig schuimende rivier, met vele kleine watervallen. Dit was de Reuze44 Het water dezer rivier stroomt steeds door grint, welke van de bergen wordt meegevoerd, en tot gruis geslagen, hierdoor heeft het water de kleur van melk, het is niets als schuim Wij passeeren Cochenen45 en hier begint de St Gothard tunnel welke 12 minuten duurde dus een lengte van 10 km Passeeren nu Rigolo46 Steeds bergen Om 4,55 uur passeeren wij Biasca en om 5,25 Bellizona47 Om 5,45 uur passeeren wij het Lugano meer 48 Nu werden wij gewaarschuwd dat de Italiaansche Douane de passen kwam ophalen, en wij de koffers moesten gereed houden. Menigeen werd stil en zat te piekeren of men zijn te groot kwantum sigaren wel zou binnen krijgen o.a. ook ik De heer Crijns stopte zijn sigaren in de zakken Maar het viel mee, want de koffers werden niet nagezien. Om half acht kwamen wij te Milaan aan,49 en logeerden in hotel Titanus Loreto, een hotel met 800 kamers Hier waren te veel van ons gelogeerd, zoodat het lang duurde voor aleer wij onze kamer hadden Ik moest bij mijn zuster slapen, omdat wij beschouwd werden als man en vrouw,50 maar heb toen de kamer geruild met Mej Kôun. Deze dame zou toen met mijn zuster de kamer deelen. Ten half tien eten Wij waren met de auto naar het hotel gereden terwijl onze koffers met een andere wagen werden bezorgd. Wanneer men weet dat 200 koffers in de hal door elkaar liggen, dan kan men nagaan dat men blij is als men zijn koffer na 3 kwartier zoeken heeft gevonden. Na het eten zijn wij de stad in gegaan. Mej Kôun, mijn zuster Linders, van Hoorn en Van Vlerken 51 en ik Het was hier kermis iets zooals bij ons te Helmond kermis is op den Heuvel. Sommigen van ons zaten spoedig in de auto (auto carrousel) Hier kom men pinda's koopen en gebrande kastanjes Het was op de kermis niet druk Toen de dames naar hun kamer gingen gingen wij om cognac uit, maar deze vond ik slecht, ik had toen al liever wijn. 52 Het was zoo wat goed 12 uur toen wij naar ons hotel gingen, en na hier nog een glas bier gedronken te hebben, naar bed gingen 53 De heer van Vlerken zat hier aan tafel te slapen

Milaan 5 oktober

Terug

'S morgens bijtijds op en naar de kerk. In de hal van het hotel stond onze leider de heer Visser, en herhaalde met de grootste hard- nekkigheid voor ieder onzer toen wij naar de kerk54 gingen ''Rechtdoor en links de hoek om'' Het was een klein kerkje met weinig bezoekers behalve de Hollanders. Na het ontbijt weer in de autobus, en naar het ''Doodendenkmal'' Hier zagen wij de prachtigste grafmonumenten55 welke duizenden en duizenden gekost hebben o.a. van de moeder van den stichter van Rome, van 11 gesneuvelde fascisten 56 van de H. Franciscus predikend voor de vogels. Armen en rijken hebben hieraan vogels gegeven in brons Ook het beeld van St Franciscus is brons. Het graf van de onbekende soldaat is geweldig groot en prachtig Het was jammer dat onze gids geen Hollandsch kende. Naar aanleiding daarvan vroeg ik even het woord, en vroeg of niet een der Heeren zoo vriendelijk wilde zijn het gesprokene door den gids, in het Nederlandsch te vertalen. Een geestelijke verklaarde zich hiertoe bereid, en het was ons toen veel duidelijker Het duurde echter niet lang Wij kwamen voorbij de Arena waar vroeger stierengevechten werden gehouden, collosaal groot hier konden 25000 personen de gevechten bijwonen Toen kwamen wij door het museum wat 1000 jaar ouder is als Rome Van hieruit staan in rechte lijn van 195 km Triomfbogen. In deze lijn is heden nog geen enkel huis gebouwd Om 11 uur vm. bezochten wij de kathedraal Hierin staan 52 zuilen 10000 M2 oppervlakte in den koepel 60 Mtr hoog 38 Mtr breed Buiten staan 3000 beelden en geen kleine Aan deze kerk is 300 jaar gebouwd. Achter het altaar zijn 195 gebrandschilderde ramen, voorstellingen uit oude en nieuwe testament De kerk is de 2e grootste na de St Pieter De H. Tekla is patroon der stad. Deze Heilige was voor de leeuwen geworpen, maar de leeuwen kusten de voeten Om 11,30 uur lunch in hotel ... en het was hier dat iemand over een halve citroen goed wat zout strooide, en in de verbeelding dat het een ei was, dit naar binnen trachtte te werken. Men had dit gezicht moeten zien!!!

Milaan - Rome
5 oktober

Terug

Na de lunch met de autobus naar het station en vertrokken om 1,15 uur weer uit Milaan. Wij passeeren om 1,30 Rogoredo. Ook hier zijn de koeien allen muisgrouw van kleur zooals in Zwitserland. Rijden nu57 door een groote vlakte met zelfde natuur schoon als bij ons. Berk en canada. Uren en uren bouw en weiland, met daartusschen huizen. Passeeren 1,50 uur Lodi en 1,55 uur Siqugnaca. Dan om 2,10 uur Casparqus Porcello en vervolgens Cobodono 58 Wij zien nu aan de rechterkant weer hooge bergen maar op uren afstand. Hier rijden wij met een vaart van ± 150 km per uur. Wij passeeren nog Gogodono Piacenza, Montenuro Fiurenzola, Alseno, Fidenza en Borgetho, Bormenso het is nu 3,05 uur59 Ben buitengewoon goed gehumeurd. Hier is men overal bezig met ploegen, met koeien en paarden voor 1 ploeg Na Telegaza - Adra Bagni komen wij in de bergen en over een breede rivier, welke nu droog is, maar de spoorbrug is zoowat 150 Mtr breed 60 Men kan zin dat in deze rivier het water in het natte jaargetijde geweldig te keer gaat de bedding der rivier is bedekt met groote brokken steen en met grint, door het water meegespoeld. Passeeren om 3,30 uur Fornavo61 en gaan een rozenhoedje bidden tot intentie van ZH. den Paus Wij zijn nu letterlijk in de bergen. Hier bergstroomen, daar weer weiden fleurig groen, elders weer een brug dan kale rotsen, of ook wel bergen met donkere dennen begroeid Het is hier geweldig schoon en de reizigers staan allen voor de ramen Telkens zien wij dorpen in de dalen, en dan weer tegen de bergen gelegen o Seba del Brogetto Suliano, Falmazona en Berceto - het is nu 4 uur. Van 3,50 uur tot 4,30 ontmoetten wij minstens 15 tunnels en bijna evenveel bruggen. Bij Berceto kregen wij een Electr machine, dus geen rook en geen stof meer.62

Wij passeeren nog Corgatharo en Grondala Guinadi om 4,40 uur Pontremoli en om 5 uur Aulla63 Nog steeds bergen, tunnels en bruggen. Schitterende vergezichten van op bergen gebouwde dorpen. er zijn hier veel bergen van 1000 1500 Mtr hoog - bergen geheel marmer Deze bergen zijn tot de helft in wolken gehuld. Hier bevinden zich ook marmerfabrieken Het is hier zoo buitengewoon mooi, dat het gewoon niet te beschrijven is Niet een reiziger is blijven zitten. steeds dorpen en villa's boven op de bergen Passeeren om 5,46 Pietrasanta, om 5,55 Via Regio, om 6,00 Torre del Laga64 De zon ging hier onder precies om 6 uur Om 6,15 passeeren wij Pisa en zien even de bekende scheve toren. Nu werd ons al spoedig een lunch pakket uitgereikt, en wij hebben toen onder veel lachen gegeten tot ruim 8 uur. Het is nu flink donker en zee is niet te zien Om 8,25 passeeren wij Campiglia del Comblono en staan nu buiten met een verrekijker te turen in den maneschijn.65 Hier schijnen palen te staan van een zendstation, waarin boven lichtjes, welke telkens aan en uitgaan Eenigen66 Een paar uur geleden steeg van een vliegveld wat langs de lijn gelegen is, een vliegtuig op welk tweemaal een cirkel om onze trein maakte. Wij waren allen van meening dat dit ter onzer eere was 67 Ten 9,35 passeeren wij Grosseto. De heer Vettenburg gaf ons op om uit te rekenen voor f 1,- postzegels te halen er 100 mede te brengen van 10 van 3 en van ½cent Opgave moet68 Om 11,10 passeeren wij Civita vechcia69 en zien nu ter rechterzijde groot water. (Dit moet de Middellandsche zee geweest zijn)70 P. Linders is even bij ons op bezoek geweest met van Hoorn en Van Vlerken uit Geldrop wat wij allen heel gezellig vonden. Tijdens de reis hebben wij: (heer Vettenburg en Smulders en ik) meer malen een wandeling gemaakt door de trein en zagen toen o a. kaarten, praten, slapen, stoeien enz. dit alles was zeer intressant, en kortte vooral 's avonds de tijd.

Aankomst te Rome

Terug

Om 12,10 uur beginnen wij de koffers in orde te maken, want wij naderen Rome, waar wij nu spoedig aankomen. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn hart sneller klopte toen wij Rome binnenreden De stad Rome viel mij van buiten niet mee, Ik had gedacht een echte lichtstad te zien, 71 en dit was niet het geval, zij was in elk geval niet zoo luxieus verlicht als Eindhoven. Wij waren met ons zessen, coupégenooten al aardig aan elkaar gehecht geworden, en zorgden daarom ook steeds bij elkaar te blijven Wij behoorden bij groep 4 72 en ik had er lust in om al direct zoo hard als ik kon ''Vier'' te roepen. Dit was gemakkelijk voor de anderen welke ook bij groep 4 hoorden. Er was er geen een die zoo hard ''Vier'' kon roepen als ik. Toen wij onze groep bij elkaar hadden moesten wij met de koffers naar de autobus welke voor het station stond te wachten. Hier stonden enkele Italianen welke met geweld ons de koffers afnamen, ik zeg met geweld, en werkelijk het ging naast vechten af. Toen kwam echter onze leider Visser en hiervoor hadden de mannetjes ontzag allen kregen toen de koffers terug, en nu vooruit naar het hotel D'angleterre Voor ons stonden prachtige roode en blauwe autobussen klaar met lekkere zittings Van deze bussen zouden wij in Rome dagelijks gebruik maken. Al spoedig kwamen wij in ons Hotel Inghilterra aan. Omdat wij in het centrum van een stad veel licht gewoon zijn, meenden wij dat ons hotel achteraf was gelegen, omdat er niet zoo'n beste straatverlichting was. Nadat wij ons kamernummer hadden, de kamer gezocht, en moest weer ruilen met Mej Kôun. Na ons wat gewasschen te hebben weer naar beneden voor de koffie Mijn kamer was niet groot maar toch heel gezellig. Ook hier warm en koud water, en zeer netjes Des avonds kaarten schrijven en verder eenigen tijd gezellig bij elkaar geweest in de hal73

Rome 6 oktober

Terug

Vrijdagmorgen reeds vroeg op en naar de kerk en ik moet zeggen dat de meeste reizigers, misschien wel allen te communie gingen Wij hadden ook reden want de reis was zeer voorspoedig geweest (Ons hotel was zeer groot. Ik had kamer 79) Om 9 uur vertrokken wij met de autobus Rome in. Onze geestelijke leider was Pater Dahmen, 74 een zeer vriendelijke Pater, precies Kardinaal v Rossum Wij reden eerst naar het Colloseum. Dit is geheel van marmer. Wij zagen nog de verblijfplaatsen der wilde dieren van vroeger Het is zeer groot en hoog Waar vroeger de duizenden martelaren stierven staat nu een kruis Het was om 9 uur al flink warm, en wij waren blij als wij wat in de schaduw konden staan. In de catacomben zagen het altaar waaraan de Apostelen de H Mis lazen Hier waren vroeger honderden martelaren begraven De gangen waren ± 70 Cm breed en 4½ Mtr hoog of diep. De graven waren in de zijwanden uitgehouwen Hier was ook St Cecilia begraven. daarom genoemd de Catacomben van Cecilia Het lichaam van Cecilia was 1300 jaar na haar dood ongeschonden gevonden Het monument van Victor Emanuel is geweldig groot met boven aan weerszijden 4 bronzen paarden bestuurd door een engel Verder zagen wij de opgegraven resten van gebouwen ten tijde van Christus, 75 veel kolommen. Deze lagen meest ± 10 meter diep Wij reden om 10 uur weer verder, nu door een jodenbuurt, veel kinder spelen hier op straat in zwembroekje. Het was hier markt van allerlei snuisterijen Zagen verder nog een afgodsbeeld uit marmer van ± 1.50 diam menschengelaat met apen mond dit was uit de eerste eeuwen Wij reden toen door de Poort St. Paulus.76 Poort der oude wallen van Rome de muren zijn zoowat ruim 1 Mtr dik. Kerk St. Paulus buiten de muren. De H Paulus was buiten de muren gemarteld. Het hoofd was 3 maal opgesprongen, en daardoor onstonden 3 fontijnen of bronnen. In de St Pauluskerk begraven onder het Hoofdaltaar. In deze kerk 5 beuken, verdeeld door 80 granieten zuilen spiegelglad marmer Al de portretten der Pausen van St. Petrus af in mozaik van 5 voet in doorsnee Om 12,30 uur rijden wij weer naar ons hotel om te dineeren Bij het diner natuurlijk een flesch wijn Na het diner kaarten schrijven en een brief voor de vrouw en kinderen77 Ik had geen tijd meer om de brief te posten want de auto stond al klaar. Direct instappen en naar de kerk om te bidden voor de aflaat de Maria Magliore dit is de voornaamste Mariakerk van Rome Het plafond is goud welk door Columbus het eerst van Amerika was medegebracht. Hier is een schilderij van Maria door de H Lucas geschilderd. Aan de kerk werd 14 jaar gebouwd van 352 tot 36678 Wij gaan nu naar den St Pieter en het eerste werk was St Petrus voet vereeren Een collosaal groot bronzen beeld van 3 x de levens grootte het viel ons aanstonds op dat de groote teen van St Petrus beeld, voor een groot gedeelte is afgesleten door het vele vereeren Het graf van St Petrus wordt steeds verlicht met 84 lampen Hierboven is het altaar van St, Petrus, en hierop mag de Paus alleen de H Mis lezen De St Pieter is het prachtigste bouwwerk der geheele wereld in den koepel 96 Mtr hoog en is 187 Mtr lang Wij zijn in de grafkelders geweest onder den St Pieter, en hebben gebeden bij het graf van Pius X in deze kelders zijn een groot getal graven o.a. ook van Card Merry del Val79 dit graf is geheel bruin marmer. De kelder was 20 trappen diep Toen wij weer boven kwamen leek het of een man uit Heusden krankzinnig zou worden en deze is dan ook naar een sanatorium gebracht Er waren duizende pelgrims in de St Pieter en toch lijkt het of maar hier en daar enkele kleine groepjes staan, maar 100,000 menschen kunnen in deze kerk een plaats vinden Toen wij weer buiten kwamen brandde de zon als bij ons in het hartje van de zomer De geheele troep ging nu naar het postkantoor, zegels koopen en kaarten schrijven naar huis. Het was hier op het kleine kantoor geweldig druk, en iedereen had haast en wilde het eerst geholpen worden Wij waren natuurlijk van de laatsten en mistten toen onze groep, Nu zoeken en geen weg weten Na lang en veel vragen vonden wij den weg naar het Vaticaansch Museum Onderweg troffen (?JvB) wij de heer Smulders weer, en ik moet eerlijk zeggen dat het weerzien veel vreugde gaf. De dames konden maar niet vooruit wegens de groote hitte vooral juffrouw Kôun In het museum gekomen konden wij alle pracht niet in eens in ons opnemen Hier is alles van zoo'n geweldige pracht dat ik dit niet kan beschrijven Wij zagen hier menschen in de kist liggen misschien wel meer als 1000 jaar geleden gestorven Hunne lichamen zijn geheel zwart en verschrompeld, een er van heeft nog flink een bos haar op het hoofd In dit museum zagen wij alle nationaliteiten Zwitsers met m ... (?JvB) als pauwenstaarten Oostenrijkers en Hongaren, Duitschers en Franschen, Engelsch Indiërs, Spanjaarde en Engelschen Weer buiten gekomen moesten wij wachten op de auto en gingen in Via Santa Maura 80 op een hoek van de straat een glas bier koopen. Het was hier heel gezellig De kastelein had geen groote voorraad want moest telkens om 3 of 4 flesschen bier uit De straat lijkt veel op de tolbrugstraat in den bosch, de menschen en vrouwen81 staan meest buiten. Hier zijn de menschen allen geel van kleur en zwart van haar Om 1 uur vertrekken wij weer naar het hotel onderweg zingende ''Brabant mijn vaderland'' en 3 weesgegroeten gebeden voor de zieke broeder uit Heusden 82 Wij rijden nu langs de Engelenburcht83 Hierop zou de Aarts Engel Michiël verschenen zijn. Deze burcht is geweldig van afmetingen, en diende vroeger tot gevangenis. Tijdens de rit zagen wij vele straatreinigers met reuzebezems gekleed in lange blauwe jassen welke het vuil in manden ophalen Spoedig kwamen wij weer in ons hotel en na ons verfrischt te hebben, dineeren Na de middag hadden wij ''vrij'' om cadeaux te koopen Dit koopen van (?JvB) was lang zoo gemakkelijk niet. Tenminste bij Stokke84 kwamen de 500 pelgrims zoowat alle bij elkaar. Het was in dit winkeltje85

Antoon aan Anna

Terug
De Heer A. van Bakel
Berg F.
Nuenen. NBr
Olanda 86

Beste Anna
Lieve Tien, Jan, Zus, Antoon, Lies, en Annatje.

Zooals U ziet, ik ben dan in Rome ik heb nu het gevoel alsof ik thuis ben. wellicht een R.K. gevoel. Ik hoop dat gij allen goed gezond zijt, en weet nu niet wie of mij het liefste is. Ik voel nu dat ik jelie niet kan missen. Ik ben uitstekend gezond en heb geen enkel ongemak gehad, ook niet aan mijn voeten ... Tot mijn spijt moet ik nu mijn brief afbreken want wij moeten gaan ontbijten, je moet weten dat ik pas om half acht beneden was, toen naar de kerk ben gegaan, en dus geen tijd meer heb. Als ik terug kom van ons uitstapje schrijf ik meer.

Ben nu juist terug van ontbijt en van het uitstapje. Het is nu half een, en om 12 uur gaan wij dineeren. Over het verloop der reis, weet ik niet wat ik schrijven moet. Ik kan slechts zeggen dat het in een woord overweldigend was Duizenden bergen, tot boven de wolken zonder onderbreking. Men kan het zich niet voorstellen hoe prachtig dit is, als men het niet gezien heeft, dit is voor iedereen onmogelijk Wij zagen bergen van meer dan 3000 Meter hoog, waarop boven een laag sneeuw goed, zeer duidelijk te zien was. De geheele reis is een en al een tentoonstelling van de grootste pracht der natuur. In Zwitserland zijn wij gevaren door het Vierwoudstedenmeer waarvan het water donkergroen is. Je zal misschien zeggen, dat kan niet, maar het is werkelijk donkergroen. Ook de reis van Zwitserland naar Italie en door Italie biedt zooveel schoons, dat men soms sprakelooos is, of in bewondering uitroept. Herhaaldelijk denk ik dan aan mijn vrouw, Anna waart gij hier om mede te genieten. Als ik thuis ben zal ik alles zoo goed mogelijk vertellen. De aankomst te Rome was van dien aard dat de harten van al de reizigers popelden. Van morgen reden wij door Rome en bezochten het graf van St Paulus. Het viel op, dat allen zoo met eerbied, en uit volle borst baden. O.-a. hoorde men ook van deze en dan van gene, ''Men hart klopt van aandoening'' en dan weer, ''Hier moest men kunnen blijven. Anna je kan niet begrijpen wat een invloed op een R.K het graf van St. Paulus reeds uitoefent. Men komt zoo den indruk van de Godvrucht der christenen, van de pracht der kerk, en bij het zien van het Graf, dat men onwillekeurig begint te bidden. En niet zoo zachtjes ... (Ben nu juist wezen eten en, het smaakte buitengewoon goed.
Anna wil toch vooral tegen de kinderen zeggen dat - zij - braaf -
moeten - zijn -- Tien. Jan - Zus -
Antoon - Lies - en Anna. - daag.

en, Anna tot je wat zal ik zeggen, ik ben blij hier te zijn, en ben ook somtijds bedroefd, niet thuis te zijn Met de zaak hoop ik dat het naar wensch gaat. Als het bij jelie zoo warm was als hier, dan had men niet veel kousen noodig. Het zweet loopt den ganschen dag over den rug. Ik weet nu dat het goed is geweest niet vroeger te gaan naar Rome Het is hier geweldig warm, maar de zon gaat om goed 5 uur onder. Anna ik moet ophouden. In den geest zie ik u en de kinderen. Ik ben graag hier, maar ook graag thuis.
Daaag Anna en kinderen.
nog - eens - dag - Tien - Jan - Zus en Lies dag - Antoon. Allen - goed - braaf - zijn.

Kinderen - plaag - moeder - niet.

Kaart uit Rome

Terug

Signorina. Zus van Bakel87
F. 5.
Nuenen (NBr.
Olanda

Rome 8/10 '33 88

Beste Vrouw

Het is nu kwart over 6 Amsterdamsche tijd, en ben al aangekleed om naar de kerk te gaan.
Het weer is hier al weer prachtig. Vandaag zal het weer warm worden. Ik heb lekker geslapen. U ook? Ik heb nog geen enkele vervelende minuut gehad. Vanavond om 7 uur naar Z.H. op audientie Anna zijn de kinderen goed braaf? en hoe maakt het Nella, want daar had ik nog niet aan gedacht. Anna ontvang nog eens de hartelijke groeten en een ''huis'' 89 Zeg de kinderen Dag en maar goeden moed. Daaag.

Rome 7 oktober

Terug

90 voor controle of wij ook iets bij ons hadden wat niet mede naar binnen mocht, en of de dames ook alle gesluierd waren In de zaal was het wederom zeer warm zoodat wij allen transpireeren van je welste. Gelukkig stonden wij in een der voorste rijen de dames en heeren afzonderlijk opgesteld De geestelijken, en dit zijn er velen nemen plaats langs den zetel van ZH. De Huisprelaat van ZH. is in het rood en de wachten zijn allen gekleed in kleuren geel rood blauw gestreept. Hellebaardiers nemen hunne lansen en plaatsen zich aan weerszijden van de pelgrims Nu werd verzocht dat pelgrims welke geen lid der H familie waren naar achter zouden gaan staan, omdat de audientie was voor leden der H Familie Een persoon uit de voorste rij begon hierover wat tegen te sputteren, en werd buiten de deur gezet Lakeien verschijn ook weer geheel in het rood gekleed. Tot heden is het een gegons van stemmen geweest, maar nu wordt stilte geboden Nu alles stil is kan men merken dat het groote moment is aangebroken De huisprelaat van ZH geeft nog eenige orders en daar verschijnen mannen van de lijfwacht gevolgd door ZH. Alles is doodstil als de Paus zegenend binnen komt naar alle zijden rondziende ZH vergunt eenigen der Geestelijk den handkus en gaat naar zijn zetel Als ZH is gezeten is het eenige oogenblikk doodstil. De H Vader ziet met tevreden gelaat over de menigte en91 ,

Anna aan Antoon

Terug

Nuenen 8 Oct 1933

Beste Antoon,

Tot mijn spijt heb ik na uw kaart uit Luzern, niets meer van U gehoord. Vanmorgen ging ik met oom Theo naar de kerk en die vertelde, dat hij gistermorgen een kaart hadt ontvangen uit Milaan. Na de Mis stuurde ik Tien al gauw naar de post, 92 denkende, nu zal er van papa ook wel bericht zijn. Maar jawel hoor. Er is nog niets van papa bij riep hij al intijds. Ge begrijpt, dat was een tegenvaller. Maar enfin, ik zet me maar weer aan 't schrijven in de hoop dat er morgen met de eerste post zeker iets zal zijn. En dan hoop ik te vernemen, dat ge het goed maakt en dat de reis goed bevalt. Het grootste gedeelte hebt ge zoo zachtjesaan al gehad en morgenvroeg gaat het al weer huistoe.93 Ge kunt niet begrijpen, hoezeer ik naar Vrijdag verlang. Deze week zal nog verbazend lang vallen. Vandaag vooral begin ik het heel ongezellig te vinden. Ik zou toch niet graag altijd in dien grooten stoel zitten hoor.94 Ik kan je in geen geval meer langer missen. Wat zult ge veel te vertellen hebben als ge thuis komt en ik niet minder. Het gaat anders allemaal nog op het oude en we zijn Goddank allen nog goed gezond. En druk als we het hebben! Vrijdagavond om half twaalf was het werk in de fabriek pas afgeloopen. Met drieën gewerkt om alles weg te krijgen. De rekken zijn dan ook weer heel ledig. 3 pakken naar Venlo, 3 naar de handelmij en 2 naar: ja dat weet ik zoo niet meer. dat was Donderdag al. Vrijdagmiddag belde Koelmans zelf op. of er toch s.v.p. wat kousen verzonden werden. Hij heeft er gister dan voorlopig 'n 25 dz gehad. U moet dan maar weer zelf zien. Vanmiddag kwam vd Aa uit Schijndel zelf hier aan. Ge hadt op de factuur geschreven ''stortingsformulier gaat hierbij'' maar hij heeft het niet kunnen vinden. De factuur heeft hij hier betaald en alweer tegen Dinsdag enkele dozijnen opgegeven. Zaterdagmiddag komt hij dan waarschijnlijk zelf nog meer halen. Van Os is hier niet meer geweest, die is waarschijnlijk gepiqueerd. Donderdag belde Dalenoord op over bijkoopen van garen maar toen hij hoorde dat ge niet thuis waart, zeide hij, wel te zullen schrijven tegen het einde der week. Dus zonder werk zult ge nog wel niet zijn.

Dan zijn er nog wel meer kleinigheden te vertellen, maar dat staat wel, tot Vrijdagavond. Wanneer komt ge nu precies in Nijmegen aan? Dat weet ge misschien zelf ook niet goed en dan, om van zoover weer bericht terug te hebben daarvoor is de tijd wellicht toch te kort. Die afstand is maar te groot en ik geloof dat de post ook niet alles geregeld verzendt. Die kaarten b.v. hadden hetzelfde stempel en toch kwamen ze nog niet ineens95 aan.

Van die boekhoudcursus moet ik toch nog even vertellen. Die wordt nu voor de Dames toch nog bij de Zusters gegeven dus apart. Pastoor durfde de verantwoording vooral voor later toch niet goed aan. Voor deze twee wist Hij 96 wel dat het niet erg zou zijn, maar nu toelaten en later weigeren dat ging dan toch niet goed, zonder kwade vrienden te maken.

Hoe treft ge het nogal met het weer. Hier is het vandaag en gisteravond zeer donker en regenachtig geweest, al is het nu wel weer opgeklaard. Gistermiddag heb ik, volgens belofte, heel den tuin fijn opgeharkt en vanmorgen was er niets meer van te zien. En wel een volle mand appels afgevallen al heeft het dan niet hard gewaaid

Deze keer dacht ik met een vel papier wel toe te komen maar het is al weer vol. Ik zal het waarachtig nog leeren.97

't Is nu zoowat negen uur en ik denk er hard over om maar gauw naar bed te gaan, dan kort de tijd wat beter. Nog 5 keer slapen en dan zit het er als God belieft al weer op. Dan ben je fijn op reis geweest, hebt een groot stuk hemel verdiend, 98 de Paus gezien en ik heb je weer terug en ge komt zoo niet meer weg vooreerst, voor zoo 'n langen tijd.
Maakt tante Jana het nog goed en heeft ze er veel plezier van? Doe haar heel veel groeten van mij. Zeg maar dat manlief den aard nog niet in 't bed heeft, want hij was vanmorgen al om acht uur in de kerk. Dat zal daar wat zijn, die thuiskomst.
De kaart van de kinderen zult ge hier wel bij vinden. Die hebben ze van Nella gekregen om naar papa te sturen. 't Is met allemaal al even erg, als met Cato.99 Ik denk dat onze Jan nou al wel mee naar Lieshout gaat, als ze weg zou gaan. 't Is maar goed dat het zoo gauw veranderd. Jan heeft al gezegd ''ik ga met Nella trouwen''.100 Dus 't zal oppassen worden.

Maar nou schei ik er heelemaal en gauw af anders moet er nog 'n vel bij en dan wordt hij te zwaar. En strafport betalen voor 'n brief van dien lastpost van je, dat is toch zoo wat.
Ontvang nogmaals veel groeten van de heele kinderschaar en vooral van je
Anna. 101

Antoon aan Anna

Terug
Rome 9 Oct 1933

Liefste Moeder!
en lieve kinderen

Ik moet U hartelijk danken voor Uw brief, en bewonder Uw talent. 102 Je kan niet begrijpen hoe goed het mij deed. Ik durfde de brief niet lezen omdat ik bang was dat ik in tranen zou uitbarsten
Ook de briefkaart kwam evengauw aan als de brief. Hoe leuk van je om de kinderen daarop ''dag vader'' te laten schrijven. Hiervoor dank ik u
Anna je denkt dat ik naar je verlang. en ja Lieve dat is ook werkelijk zoo. Bij al het mooie en bij alle genoegens, denk ik zoo dikwijls aan mijn goede vrouw en ook aan onze kinderen Bij het schrijven van deze regels komen mij de tranen in de oogen Vrouwtjelief u ziet hier is geknoeid, maar ik kan het niet helpen, de inktpot was te vol en heb geen tijd meer om een andere brief te halen. afijn antje bewaar deze maar voor jezelf en laat hem maar door niemand lezen.

Anna ook ik kan je zoo slecht missen. Blij ben ik dat je het zoo goed maakt, en dat de kinderen braaf zijn, en dat Nella goed blijkt te zijn Als je deze brief leest duurt het niet meer zoo lang eerdat ik je in mijn armen kan sluiten. In den geest kus ik U, geen kus uit hartstocht, maar een van vurige liefde tot je. Wil allen de groeten doen, vooreerst de kinderen en Opoe en de Tante's Nella en Oom Theo. en bij Familie Heymans103

Wat je gedaan hebt zooals je hebt geschreven is alles goed gedaan. O ja ik heb een goed vrouwtje thuis, deze is voor haar taak berekend. Geef je de illustratie's maar mede 104 als je dat gewenscht acht. Anna ik heb tot heden nog geen enkele last gehad, tenzij van de hitte Het is hier buitengewoon heet, buitengewoon voor ons, maar gewoon voor Rome. Wij zijn gisteren avond op audientie geweest, 105 en heb dus de H Vader gezien op ± 5 Meter afstand. Misschien maar 4 Mtr Hierover kan ik niet veel schrijven dit moment was te indrukwekkend Hieruit weet men niet veel te vertellen, maar als ik thuis ben zal ik probeeren je een beeld daarover te geven. Dit weet ik nu wel dat bij ons thuis in het vervolg elken dag voor Z.H. moet worden gebeden al is het maar een klein gebed.

Ik kwam van morgen om 6 uur uit mijn nest, toen naar de kerk koffie drinken, en schrijven. Dadelijk gaan wij naar St Pieter voor aflaatgebeden, en het is de laatste dag, dus er zal nog geprofiteerd moeten worden 106 De broodjes en worst heb ik nog zoowat gelijk.107 Hier is eten genoeg Lief vrouwtje ik moet eindigen want moet naar de St Pieter en geef u in den geest zoo als u deed ''huizen'' en druk u aan mijn hart hl hl vast.

Dag Tien - Jan - Zus
Antoon Lies en antje
allemaal daaag tot ziens
Dag Nella
je Liefhebbende man
AvanBakel

Kaart uit Florence

Terug

Mej. Anna van Bakel
Berg F.5.
Nuenen
Olanda108

U ziet dat ik ben nu weer in Florence.
Anna ik dank je dat ge het mij mogelijk hebt gemaakt deze reis te ondernemen. Morgen schrijf ik een brief Ik maak het goed. Nu Vrouwtje tot Vrijdag Wat zal ik dan wéér blij zijn Dag Tien Jan Zus Lies Antoon Anna Nella en allemaal
een huis voor U en kinderen.

Antoon aan Anna

Terug

Venetie 10-10-33

Beste Vrouw en Kinderen

Het zou mij een groot genoegen zijn als ik even thuis kon zijn. Bij al het grootsch en schoons wat hier te zien, en te beleven is, gevoel ik toch dikwijls een groote leegte. Zooals ik hoop schrijf je mij toch nog wel eens? Als je deze brief ontvangt zal het wel te laat zijn. Het is jammer dat je altijd te veel voor port uitgeeft, het port is veel lager als je denkt. Aanstaande Vrijdag hoop ik U en de kinderen in de beste gezondheid aan te treffen.
Van Rome uit zijn wij naar Florence gegaan doch eerst in Asissi even aan geweest. 109 hier ging het met autos met een vaart van 100 km den berg op. Ik zag hier het kerkje waar Franciscus de H Mis opdroeg, en het vertrek waarin hij is gestorven, en ook daarbinnen geweest. Ik heb de H Clara in het graf zien liggen: het lichaam was wel zwart, maar de vormen waren nog dezelfde als van een levend mensch. Je zal het misschien niet gelooven, maar het is de zuivere waarheid. ik zag ook de kleederen van St. Claren, en de koorden van St Franciscus, de tuin van Franciscus en diens graf. De kerk was boven op een berg gelegen welke nog al hoog was.
In Florence is alles al weer even mooi en grootsch. Toen naar Venetie waar ik op het oogenblik op mijn kamer zit te schrijven. De anderen zijn allemaal nog beneden maar ik had zoo'n slaap dat ik dacht, ik zal maar vlug gaan schrijven en slapen. Hier in Venetie alles water en nog eens water. Zoo gauw als wij uit de trein stapten direct op de boot, of liever gezegd, het bootje. want het dobberde aardig over het water. Het is op het oogenblik heel koel, maar de zon is overdag geweldig warm. Dit had ik eerst niet kunnen gelooven, maar nu weet ik wat Italie is. Hier in Venetie is geen een fiets en geen een 110 paard. Zoowel als men bij ons in Nuenen een fiets of een auto heeft, heeft men hier een bootje De menschen wonen allen zoo dat men met de boot thuis komen kan, en in de voordeur uitstappen maar achter is dan toch nog iets grond voor een of ander. De Hollanders hoor ik hier in een café zingen, men zit daar buiten aan tafeltjes (dat zou bij ons nu niet gaan, dat zou te koud zijn) Zij zingen van ''Pinda Lekka'' Zakkenrollers zijn hier overal. een man vermistte bij een vuurwerk te Rome zijn portefeulle men f100,= inhoud, zijn pas en alles een vrouw was te Florence in de kerk lei haar taschje naast haar, keek even om en ... weg was het. toevallig had haar man ook kennis gemaakt met zakkenrollers, deze man had zijn portemonai in zijn achterzakje zitten, maar jawel de knoop was er afgesneden en weg was zij Je ziet vrouwtje dat het hier uitkijken is. Altijd loopen er van die verdachte lieden om, en tusschen de groepen.
Nu Anna, ik zou natuurlijk over de reis uren kunnen schrijven maar dat bewaar ik voor later Wat zal ik blij zijn als ik je zie, maar ook de kinderen. Het duurt nu niet meer zoo heel lang. Ik ben me zelf meegevallen. (Kan je dit begrijpen?) want ik weet er niets van 111 en heb nergens behoefte aan dus dat gaat wel. In den geest geef ik je ook duizend huizen zooals jij schreef en ook de kinderen. Laat Tien onderstaande eens lezen. Anna, ja dat doe je wel h?
Dag Tien - dag Jan - dag zus
dag Liesje - en dag klein anneke.
dag antoon. dag Nella.

Nu Anna lief tot ziens tot Vrijdag ontvang de innige groeten van geheel de Uwe. Antoon.

Beknopte reis-beschrijving112

Terug

Al spoedig na vertrek van Nijmegen rijdt onze extra-trein in snelle vaart Duitschland binnen.

Om al vast de nieuwsgierigheid te bevredigen van hen, die graag precies willen weten wáár ze nu de grens over gaan, willen we wel verraden, dat ze dit kunnen zien aan de dwarsliggers onder de rails. Deze zijn nl. in Holland van hout vervaardigd en in Duitschland van ijzer. Wie goede ooren heeft, kan zelfs aan de verandering in het geluid van den rijdenden trein bemerken, waar we ons land verlaten.

Het eerste stoppen we dan in Cleve. Veel heeren hebben daar reeds met kloppend hart gedacht aan hun voorraad sigaren, die het toegelaten aantal van 10 wel eenigszins overtrof. Een goede raad: wees eerlijk en tracht niets te verbergen. Voor wie het niet al te bont maakt, zien de Duitsche douaniers wel iets door de vingers. En denk aan Uw pas!

Na Cleve volgt Krefeld, dan Neuss en tegen donker bereiken we Keulen. Intusschen hebben de eerste groepen zich reeds naar de restauratiewagens begeven om het diner te gebruiken. Iedereen begrijpt natuurlijk, dat we niet allemaal tegelijk aan tafel kunnen gaan. Voor den een zal het een beetje vroeger zijn dan hij thuis gewend is, voor den ander iets later. Daar is nu eenmaal niets aan te doen. Trouwens: al etende komt de trek vanzelf!

Al spoedig na vertrek van Keulen passeeren wij Bonn, rijden nu links van den Rijn, die dicht naast de spoorbaan stroomt. Dan volgt Koblenz en Bingen en tegen half tien Mainz. Omstreeks middernacht gaan wij na Ludwigshafen den Rijn over en arriveeren in Mannheim. Dan volgen Karlsruhe, Offenburg en Freiburg.

(De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat we rechts van den Rijn rijden en dan gaan over Niederlahnstein -- Wiesbaden). In de meeste coupé's is het nu donker en stil. Het is nog nacht als we in Basel Badischer Bahnhof aankomen, waar we Duitsch grondgebied verlaten. De Zwitserse douaniers weten hun plicht te doen zonder al te veel stoornis te verwekken.

Met het oog op de vervroegde aankomst, ontbijten we niet in Bazel, maar in Luzern, dat nog 'n 2 uur sporen verder verwijderd ligt.

Nu begint er langzaam aan weer ''leven in de brouwerij'' te komen. Ieder wil zich graag wat opfrisschen en in dat verband mogen wij wel dringend verzoeken om op de toiletten toch vooral niet meer water te gebruiken dan dringend noodig is. Denkt ook aan Uw medereizigers!

Te Luzern komen we tegen half zeven aan en gaan eerst allen gezamenlijk ter kerke om daarna in verschillende hotels en restaurants te ontbijten.

We bevinden ons nu reeds temidden van de Zwitsersche bergwereld. Bij helder weer is de Pilatus zichtbaar. Als we om 10 uur onze extra boot betreden, begint een prachtige tocht over het wondermooie Vierwoudstedenmeer, die ongeveer twee uur duurt. We passeeren Weggis, Vitznau, Brunnen en als we omstreeks 12 uur in Fluelen aankomen, zal menigeen spijtig opmerken: ''zijn we er nu al?'' Doch er is nog zooveel moois te zien, dat we ons al spoedig troosten.

Intusschen is het tijd geworden voor de lunch, die in de verschillende hotels te Fluelen gebruikt wordt.

Als we daarna aan het station komen, staat onze extra-trein daar al weer gereed. Om ongeveer twee uur 's middags zet de trein zich weer in beweging om ons over, of beter gezegd: door den St. Gotthard te brengen. De lijn volgt de rivier de Reuss tusschen hooge bergen door, die telkens een nieuw aspect geven. Soms zien we kale rotsen, dan weer zachtglooiende weiden, hier schuimende bergstroomen, daar donkergroene dennen. Bij Göschenen, op een hoogte van 1100 meter, begint de 15000 meter lange Gotthard-tunnel, die we pas na 12 minuten in Airolo weder verlaten.

Tot Bellinzona volgen we nu het dal van de Ticino. In deze plaats komen de Ital. douaniers reeds in den trein om de passen op te halen, die alle afgestempeld moeten worden. Na Lugano gepasseerd te zijn en genoten te hebben van het schitterende uitzicht op het meer, bereiken we Chiasso, het Italiaansche grens-station. Ook hier zal niemand moeilijkheden hebben, zoolang men maar niet probeert de beambten om den tuin te leiden.

Na Chiasso raken we nog even aan het meer van Como en komen dan uit de bergwereld in de vlakte. Tegen 7 uur 's avonds rijden we het imposante nieuwe station van Milaan binnen. Auto-cars brengen ons naar de verschillende hotels en na ons wat opgefrischt te hebben, begeven we ons aan tafel voor het diner. Er zal wel niemand slecht slapen na onze nachtreis, zoodat we den volgenden ochtend (Donderdag) allen weer frisch present zijn in de H. Mis. Daarna ontbijt en vervolgens per auto-car de stad in, teneinde onder deskundige leiding de bezienswaardigheden te bezoeken.

Na een vroege lunch in de hotels vertrekken we tegen één uur 's middags van Milaan via Pavia naar Genua, een afstand van pl.m. 2½ uur sporen. Naarmate wij dichter bij Genua komen, wordt het landschap meer bergachtig en interessanter. In Genua stoppen wij slechts kort. De trein rijdt nu dicht langs de wondermooie, blauwgroene Middellandsche Zee. Tegen 4 uur 's middags zijn wij in Rapallo. Hier hebben we een kort oponthoud, gedurende hetwelk aan iederen deelnemer een smakelijk diner-pakket wordt uitgereikd. Dan gaat de reis verder langs de zee. Vóór aankomst te Pisa hebben we een goed gezicht op de bekenden Scheeven Toren, wanneer althans de extra-trein niet zonder stoppen om de stad heenrijdt. Verder sporen wij via Livorno naar Civitavecchia, waar wij 's avonds tegen elf uur aankomen. Hier verlaat de spoorlijn de kust. Al spoedig zien wij de lichten van Rome opdoemen en omstreeks half twaalf rijden wij het station van de Eeuwige Stad binnen. Snel met auto-cars naar de hotels ...... en naar bed.

In Rome blijven wij Vrijdag, Zaterdag en Zondag. Het is in dit bestek niet mogelijk alles op te sommen, wat wij in deze dagen gaan zien. Vanzelfsprekend verdienen we de Jubilé-aflaat en worden in bijzondere audiëntie ontvangen door den H. Vader.

Ter plaatse woonachtige gidsen begeleiden ons gedurende het verblijf te Rome. Het is zeer aan te bevelen zich het eind September bij Centropa uitkomende werk van Mgr. Dr. Olav Smit en Dr. R. Post aan te schaffen ''Naar Rome'', waardoor men zich reeds vooraf omtrent e.e.a. kan oriënteeren en zich tevens een blijvende herinnering verschaft aan de dagen, die men te Rome doorbracht.

Op Maandag 9 October is het weer vroeg dag. Om 8 uur vertrekt onze trein reeds naar Assisi, dat we via Orte, Terni en Foligno om ongeveer 12 uur bereiken. Eerst wordt de S. Maria degli Angeli met Porziunculakapel bezocht. Vervolgens geluncht en daarna bezoeken we per auto de San Francesco, met het graf van St. Franciscus, de kerk van St. Clara. Vervolgens vertrekken we tegen 7 uur 's avonds over Perugia, langs het Trasimeensche Meer en via Terontola en Arezzo naar Florence, waar aankomst omstreeks half elf. Per auto-car naar de hotels, waar ieder wel spoedig zijn kamer zal opzoeken.

Den volgenden dag (Dinsdag) worden onder leiding van deskundige gidsen de Dom, het Baptisterium (Doopkapel) en het Museum San Mar-co bezocht. Er wordt vroeg geluncht in de hotels, want tegen één uur vertrekken wij weer via Bologna en Padua naar Venetië, waar we tegen zes uur 's avonds aankomen.

Tegenover den uitgang van het station ligt een extra-boot gereed, waarmede de deelnemers naar de hotels in de stad en op de Lido worden vervoerd. Het San Marco-plein is per boot vanaf de Lido in minder dan 10 minuten te bereiken, zoodat men zich na het diner zonder bezwaar daarheen kan begeven.

Woensdag-voormiddag bezoeken wij de San Marco en het Dogenpaleis. Na de lunch wordt een excursie per trein gemaakt naar Padua, waar wij in de basiliek het graf van den beminden heilige bezoeken en zijn relikwieën vereeren.

Den dag daarop vertrekken wij al vroeg van Venetië. Wij verlaten dien dag Italië weer, zonder twijfel met een gevoel van weemoed, dat echter in niet geringe mate verzacht wordt door het vele schoons, dat wij onderweg vanuit den trein weer te bewonderen krijgen. Het mooiste gedeelte begint eigenlijk als wij Milaan (waar we de lunch krijgen) gepasseerd zijn. Wij sporen dan eerst langs het prachtige Lago Maggiore en bereiken in Domodossola de Zwitsersche grens. Ieder ontvangt een lunch-pakket in den trein.

Nu volgt een onvergelijkelijke rit langs de Simplon- en Lötschbergbaan, die in natuurschoon de Gotthardbaan zonder twijfel evenaren. Al spoedig neemt ons de bijna 20 K.M. lange Simplontunnel op, dien wij in Brig weer verlaten. Kort daarna verdwijnt de trein in den 14.600 meter langen Lötschbergtunnel. Via Kandersteg bereiken wij Spiez en sporen dan tot Thun langs het Thunermeer. Tegen donker bereiken wij Bern, de Zwitsersche bondshoofdstad en komen 's avonds om ongeveer acht uur te Bazel aan, waar diner en logies in de diverse hotels.

Zoo is dan de laatste dag van onze reis al weer aangebroken. Omstreeks half negen vertrekken wij van Bazel langs dezelfde route, als op de heenreis. De rit langs den Rijn doet ons voor de laatste maal nog van grootsch natuurschoon genieten en vormt zoodoende een waardig slot.

Behalve de in het programma vermelde uitgebreide middag-maaltijd, wordt bovendien in den namiddag nog thee met sandwiches verstrekt, omdat wij niet graag zouden zien, dat iemand op het einde der reis zou kunnen zeggen, dat hij honger had. Wij willen onze deelnemers terugbrengen: voldaan, niet alleen naar den geest, maar ook naar het lichaam. In Nijmegen moet geen vaarwel weerklinken, maar een welgemeend: ''tot weerziens''. Als wij dat hebben bereikt, zullen ook wij tevreden zijn, die deze reis voor U hebben georganiseerd en uitgevoerd.

Dienstregeling vertrek 113

Terug

De trein gemerkt A. op blauw papier, (genoemd Blauwe trein) begint in Utrecht en vertrekt het eerst van Nijmegen. de trein gemerkt B. op Oranje papier, (genoemd Oranje trein) begint in Nijmegen en vertrekt als tweede trein. Op de heenreis worden beide treinen te Mannheim verenigd tot één trein. In Mannheim worden n.l. de 4 restauratiewagens afgehaakt.
Op de terugreis loopen beide treinen vanaf Bazel afzonderlijk. Wijzigingen voorbehouden.


      Trein A. Blauw            Trein B. Oranje
      ------------------------------------------------------
      Vertr. Utrecht      14.24
      Aank. Arnhem        15.07
      Vertr. Arnhem       15.13
      Aank. Nijmegen      15.31
      Vertr. Nijmegen     15.36    Vertr. Nijmegen     15.42
      Aank. Cranenburg    15.54    Aank. Cranenburg    15.40
      Vertr. Cranenburg   15.44    Vertr. Cranenburg   15.50
      Aank. Köln H.Bf.    17.52    Aank. Köln H. Bf.   18.03
      ------------------------------------------------------
   

De mogelijkheid bestaat, dat ook in Zwitserland en (of) in Italië gedurende korter of langer tijd de trein in twee gedeelten wordt gesplitst. Welke trein dan het eerst vertrekt is nog niet bekend, evenmin als de vertrek-tijden in Zwitserland en Italië thans (bij het drukken van dit boekje) kunnen worden meegedeeld. Dit geschiedt door de groepsleiders meestal tijdens het diner.
Daarom opgepast, dat allen op het vertrekuur van den eersten trein (dus vóór de eerst aangegeven tijd) op het perron aanwezig zijn.
Voorts nimmer in de Oranje-trein stappen als ge in de Blauwe thuis hoort of omgekeerd. Ge zoudt dan zonder spoorbiljet reizen en de groote kans beloopen, opnieuw te moeten betalen.


Aantekeningen

Terug

1. Van Pater J. Vinkenburg CssR, provinciaal archivaris in het klooster der redemptoristen in Wittem, ontving ik inlichtingen over de bedevaart, berustend op verschillende kronieken in de archieven der redemptoristen. In de kroniek van het zondagsblad "Heilige Familie" (inv. 's Bosch, nr 258) en de Kroniek van het Secretariaat der H. Familie (inv. 's Bosch, nr 257) vindt men bijzonderheden over de voorbereidingen en de organisatie van de reis. Behalve naar deze Kronieken zal ik beneden meermalen verwijzen naar Zondagsblad H. Familie, jaargang 69 (1933) en dit volume kortweg aanduiden met Zondagsblad.
Terug

2. Ook trouwens in het Zondagsblad blz. 352.
Terug

3. Jubilé-bedevaart der H. Familie in Nederland naar Rome -- Assisië etc., z.p. z.j. 36 p, formaat 11 x 15.5 cm.; aanwezig in de UB der KUN te Nijmegen. Het exemplaar draagt stempels van ''Zondagsblad Hl. Familie'' en ''Redactie Familieblad J.M.J. St. Joz(...)bosch''. Dit document wordt beneden hier en daar aangeduid als het pelgrimsboekje.
Terug

4. Volgens de Provinciale Kroniek CssR waren het er 37 (deel VIII, pag. 353).
Terug

5. Aldus vermeld in Directeurenblad v.d. H. Familie, no.1, mei 1933, blz. 5. De directeuren van de H. Familie waren de plaatselijke bestuurders, meestal de pastoor, soms een kapelaan.
Terug

6. In het Zondagsblad van 3 septemer 1933 had de afdeling Nuenen nog laten weten dat zij door 9 deelnemers vertegenwoordigd zou zijn.
Terug

7. In het handschrift van Antoon staat hier o.a. ook Kuyten 6 April 46, gevolgd door een opsomming waarin o.a. Beige en wit. Dat was een zaterdag. Het schept enige verwarring dat die aantekening stamt uit 1946. Het aantekenboekje met het reisverslag erin is dus later nog voor profane doelen gebruikt.
Terug

8. In: Zondagsblad jaargang (1933). Naar deze opstellen zal ik beneden verwijzen met Heeroom plus bladzijde. Heeroom is het pseudoniem van Pater A. Brinkman CssR, door zijn congregatie aangewezen om de bedevaart mee te maken ter wille van de verslaggeving. (Zie Kroniek van het Zondagsblad ''H. Familie'', inv. 's Bosch, nr. 257.)
Terug

9. Heeroom, Zondagsblad, blz. 441: Stralende gezichten van gloeiend-vaderland-minnende reizigers daverden het Wilhelmus uit over 't St Marcoplein. Er was adem genoeg! 't Eene lied volgde op 't andere.
Terug

10. A.J. Smulders.
Terug

11. De smederij waar Antoon meesterknecht was geweest.
Terug

12. P. Vettenburg uit Zutphen.
Terug

13. H.J. Crijns, één van de vijf Heusdenaren onder de pelgrims.
Terug

14. Deze informatie ook in, en misschien ook wel uit, het pelgrimsboekje.
Terug

15. Vanaf hier ontbreken er bladen. Zie de inleiding.
Terug

16. Tekst van het eerste losliggende blad.
Terug

17. De reizigers moesten kennelijk gewoon zittend en in hun kleren slapen.
Terug

18. Zwitserland, halverwege tussen Basel en Luzern.
Terug

19. Métropol. Zie Zondagsblad blz. 360.
Terug

20. De roem van den oranje-trein tot in Milaan toe was Zijn Hoogw. Excellentie Mgr. A. Smets, Aartsbisschop van Gangra, resideerend te Jeruzalem. Aldus Heeroom 22 okt 1933.
Terug

21. Ansichtkaart met zicht op Luzern en de Pilatus, gestempeld Luzern 2, 4 oktober.
Terug

22. Het was niet waar. De afstand tot Luzern is zeker minder dan 1000 km. Merkwaardig is dat Antoon, of anderen in het gezelschap, zo weinig idee hebben van de geografische verhoudingen.
Terug

23. Bergmassief en top (2123 m.) direct ten zuiden van Luzern. De naam komt uit het pelgrimsboekje.
Terug

24. Antoon en Anna hebben nu zes kinderen in de leeftijd van 5 maanden tot bijna 7 jaar.
Terug

25. Nella van den Heuvel uit Lieshout, opvolgster van Cato Vermulst. Ze is blijkbaar begonnen op woensdag 4 oktober. Anna schrijft laat op die dag. Ze heeft kennelijk Liesje zelf naar bed moeten brengen.
Terug

26. Op een paar dagen na twee jaar oud.
Terug

27. De officiële naam was: Van Bakels Kousenfabrieken - vh firma M. van Bakel en firma Van Dijk & Co.
Terug

28. Eveneens een kousenfabrikant. Er waren er vijf in Nuenen: Van Santvoort, Prinsen, Van Wijck, Van Gerwen, Van Bakel.
Terug

29. Zoals blijkt uit de brief van Antoon gaat het hier over het inbinden van een of meer jaargangen van de Katholieke Illustratie. Van der Sterren was de colporteur.
Terug

30. Bedoeld is wel: van de kinderen. Cato zal de nacht nog bij ons hebben doorgebracht en is wellicht in de ochtend vertrokken.
Terug

31. Vertrek naar Nijmegen met de bus, misschien om 1 uur in de middag? Zie de dienstregeling der extra-treinen beneden.
Terug

32. Dat zal de boerenknecht van Johan Rooijakkers zijn. Later was er Toon den Bresser. De relaties met Rooijakkers waren zeer goed. Johan Rooijakkers heeft Antoon en Opa van Dijk vergezeld bij de geboorte-aangifte van Jan op maandag 12 dec 1927 op het gemeentehuis.
Terug

33. Te weten: uit de beerput die achter het huis in de tuin lag.
Terug

34. Wanneer is die kaart verstuurd? Deze brief is van de dag na het vertrek. Antoon ontvangt beide tegelijkertijd. Zie de brief van maandag 9 oktober.
Terug

35. Intensief contact van Anna met Oom Theo is zeer informatief over haar reddeloosheid in de eenzaamheid. Vergelijk ook het bedgenot met de kinderen op de eerste ochtend.
Terug

36. Lies van Dijk, een zus van Anna. Deze noemt haar tante, zoals ze haar man aanspreekt met papa.
Terug

37. Haar moeder, die weduwe is, en haar twee andere ongetrouwde zussen.
Terug

38. Voor zover te beoordelen valt strikt persoonlijk taalgebruik tussen Anna en Antoon. Mogelijk verband met (Vaders) huisje, de ruimte tusschen vaders knieën waar een kind in komt staan, WNT(cdrom). Omdat Antoon ook huizen zendt voor de kinderen -- zie de kaart uit Florence -- moet het woord wel duiden op een kus.
Terug

39. Anna is zelf -- anders dan Antoon -- niet zo toeschietelijk.
Terug

40. vanaf het terras van 't hotel ''Weisses Kreuz''. Aldus Heeroom blz. 360.
Terug

41. Uit deze opmerking blijkt wel dat de aantekeningen dateren van latere dagen, toen men denkelijk pasta moest eten.
Terug

42. Op woensdag 4 oktober. Keurig op tijd. Vgl. de reisbeschrijving in het pelgrimsboekje.
Terug

43. Gurtnellen.
Terug

44. De Reuss.
Terug

45. Göschenen?
Terug

46. Niet gevonden.
Terug

47. Bellinzona. Gevorderd: 22 km in 30 minuten.
Terug

48. De plaats Lugano blijft ongenoemd. De brug over het meer van Lugano voert van Melide naar Bissone. De grens zal volgen vlak voor Como.
Terug

49. Een half uur vertraging. Vgl. de beknopte reisbeschrijving beneden.
Terug

50. Een gevolg van de in de inleiding vermelde fout in de naam van Jana van Bakel.
Terug

51. H. van Vlerken uit Geldrop.
Terug

52. Hieruit blijkt dat (dit deel van) de tekst pas dagen later is neergeschreven.
Terug

53. Eerste bedrust van de reis.
Terug

54. De San Redentore; zie Heeroom pag. 368.
Terug

55. Het betreft de cimitero monumentale. Heeroom pag. 368.
Terug

56. Eerste en enige verwijzing in de teksten naar de politiek van de jaren '30. ''Fascisten'' was misschien nog niet meer dan de naam van de partijgangers van Mussolini, zonder nog enige associatie met de duitse nazi's. De hier bedoelde fascisten zullen gevallen zijn tijdens de zgn. mars naar Rome (1922) van de duce. Het woord ''doodendenkmal'' hierboven moet wel van een duits sprekende gids afkomstig zijn. Het was 'n jeugdleider der fascisten. (Heeroom pag. 368.) Uit de Reiskrabbels van Heeroom kan men opmaken dat de Nederlandse speciale trein vanaf de aankomst in Milaan tot op de laatste dag, wanneer Italië weer verlaten wordt, onder bewaking bleef van de zwarthemden, elders (blz. 431) ook fascistische bewakers genoemd.
Terug

57. En hier lijkt het weer of tijdens de reis geschreven werd.
Terug

58. Behalve Lodi allemaal onvindbare plaatsjes. Het laatste Codogno?
Terug

59. Ongeveer 100 km in 2 uur.
Terug

60. Wellicht de rivier de Taro. Bedoeld is hier de bruglengte over de bedding.
Terug

61. Fornovo.
Terug

62. Hoewel een aantal hiervoor genoemde plaatsen voor mij onvindbaar zijn, blijkt uit Fidenza, Fornovo en Berceto duidelijk dat de route niet, zoals de beschrijving in het pelgrimsboekje beloofde, voert via Genua en Rapallo, maar via Parma naar La Spezia.
Terug

63. Direct ten n.o. van La Spezia.
Terug

64. Viareggio en Torre d. Lago Pucini.
Terug

65. Niet de reizigers! Het was iets voorbij volle maan.
Terug

66. Het woord is doorgehaald.
Terug

67. Deze gebeurtenis wordt ook gememoreerd door Heeroom pag. 369.
Terug

68. Deze woorden doorgehaald.
Terug

69. Civitavecchia, 70 km voor Rome.
Terug

70. De tekst werd misschien tijdens de reis voorlopig opgeschreven, later overgenomen en/of uitgewerkt in het kleine dagboekje en daarbij deze tussenzin toegevoegd. Ook het nu volgende wekt de indruk een beschouwing achteraf te zijn.
Terug

71. Misleid door het pelgrimsboekje. Vgl. de beknopte reisbeschrijving beneden.
Terug

72. Het pelgrimsboekje noemt op de binnenzijde van de kaft de 7 groepsleiders ('' kenbaar aan armband in nationale kleuren'') waaronder voor groep 4 A. de Visser.
Terug

73. Tijdstip van aankomst in Rome was vrijdag 6 october 0.25 uur; zie Heeroom pag. 369.
Terug

74. Heeroom (blz. 380) noteert: Zelfs Pater Professor Dr. Damen Cssr zou gidsen.
Terug

75. Het Forum Romanum.
Terug

76. Tegenover Stazione Ostiense.
Terug

77. De ongedateerde brief van Antoon.
Terug

78. De literatuur zegt: eerste helft vijfde eeuw (F.v.d.Meer).
Terug

79. Een kardinaal. In Rome is een Via naar hem genoemd in Trastevere.
Terug

80. Via Santamaura: direct tegenover de ingang van het Vaticaans Museum.
Terug

81. De mannen en vrouwen.
Terug

82. Het pelgrimsboekje op blz. 20: Tijdens het oponthoud aan de stations niet zingen of hardop bidden.
Terug

83. Een sterke inleving achteraf of echt in de bus opgeschreven?
Terug

84. Te Rome is een vertrouwd adres voor souvenirs, devotie-artikelen, Paus-zegens etc., de firma Stocker, nabij den St. Pieter. Hier wordt Duitsch gesproken en men heeft er vaste prijzen. Aldus het pelgrimsboekje op blz. 21.
Terug

85. Verloren bladen. Zie de inleiding.
Terug

86. Deze ongedateerde brief is verstuurd in een enveloppe die gestempeld is: Roma Ferrovia (d.i. Spoorwegen) - 19.20 - 6-X-33. Dat betekent dat de brief geschreven moet zijn op vrijdag 6 oktober. Dat stemt overeen met de tekst van het dagboek. Antoon adresseert aan zijn eigen naam. Hij vergeet achter F het huisnummer 5.
Terug

87. De adressering wijst aan wie de kaart mag krijgen.
Terug

88. De briefkaart is een voorgedrukt poststuk met afbeeldingen van de Albergo Inghilterra, Via Bocca di Leone 14, Roma. Dat is onmiddellijk ten oosten van de Ponte Cavour over de Tiber, ter hoogte van de Engelenburcht. Het is het hotel waar Antoon tijdens zijn verblijf in Rome logeerde. Het poststempel is weer Roma - Ferrovia, de datum van stempeling 7 oktober 10 uur (zoveel). De afbeelding van deze briefkaart elders in dit boek laat duidelijk op de plaats waar de datum staat -- en dat is met zekerheid te zeggen op grond van een stempel dat aangetroffen is op de enveloppe van Antoons ongedateerde brief -- een 7 zien. Door afscheuring van de postzegel is de rest van de datum afwezig. Dit betekent dat we deze postkaart tezamen met de audiëntie bij de Paus, dit laatste conform de eerder geciteerde Provinciale Kroniek CssR, moeten situeren op zaterdag 7 oktober. Antoon vergist zich dus in de datum.
Terug

89. Zie de aantekening bij huizen in de brief van 4 oktober.
Terug

90. Voortzetting achter verdwenen bladen: de audiëntie bij de Paus.
Terug

91. Plotseling einde van het reisdagboek. De reis is vier dagen gevorderd. Van na dit tijdstip hebben we alleen nog drie brieven en één kaart. De volgende aantekening over de audiëntie vindt men in de Provinciale Kroniek CssR, deel VIII. pag. 353: Het glanspunt der bedevaart was ongetwijfeld de audientie bij den H. Vader, die Zaterdag-avond 7 October te 7½ u plaats had. Z. Heiligheid hield eene toespraak, gedurende niet minder dan 25 minuten, waarbij Hij de Nederlandsche pelgrims op 't hart drukte, om de zedelijke beginselen hoog te houden, die Hij in de Encyklieken ''Casti Connubii'' en Quadragesimo Anno'' ontwikkeld had; ja, om -- bij wijze van levende ''loud-speakers'' -- ze ook over heel Nederland te verspreiden. -- Staande hoorde Z.H. daarop naar het lied ''Aan U, o koning der eeuwen'' ..., dat te voren door P. Damen in 't Italiaansch was vertolkt. Aan 't einde der audientie groette de H. Vader alle pelgrims met den, in zuiver Nederlandsch gesproken groet: Geloofd zij Jezus--Christus, welke verrassende attentie een ongekend enthousiasme lossloeg, zich uitend in de herhaalde kreten: Leve de Paus! Leve de H. Vader! Leve Pius XI. -- Het was van alle Nederlandsche pelgrimsvaarten de grootste en de indrukwekkendste. De toespraak van de Paus in de vertaling van Pater Dr. C. Damen vindt men in het Zondagsblad van 22 okt. 1933.
Terug

92. De post werd op werkdagen tweemaal bezorgd en kon op zondag voor de hoogmis worden opgehaald.
Terug

93. Het vertrek uit Rome zal zijn op maandag 9 oktober. Zie de brief van Antoon van maandag 9 (d.w.z. 8) oktober.
Terug

94. Aan de eettafel stond op een vaste plaats altijd de eenvoudige houten stoel met rug- en armleuningen. Niemand zat daarin ooit buiten vader Antoon. De stoel is afgebeeld op een gewassen pentekening van een zolder-interieur van de hand van zijn zoon Antoon, de kunstschilder.
Terug

95. Versta: Tegelijkertijd.
Terug

96. Met een hoofdletter! Heeft Anna ooit die cursus gevolgd? Wel heeft ze jaren lang boekgehouden van haar huishouden.
Terug

97. Ze ontdekt als het ware dat ze over een zekere vaardigheid van schrijven beschikt. Ze vergist zich niet. Ze heeft die ook, in grotere mate dan Antoon.
Terug

98. Vanwege de verdiende aflaten.
Terug

99. Allemaal dikke vrienden met de nieuwe meid, evenzeer als eerder met Cato. Antoon schrijft over een kaart op maandag 9 oktober; dit is dus de tweede.
Terug

100. Allervroegste letterlijke citering van de samensteller van dit boekje.
Terug

101. Deze brief van zondagavond tussen 8 en 9 uur is in neerslachtige toon geschreven. Ook de eindformule, in vergelijking met die van de eerste brief, laat dat zien. De brief van Antoon van vrijdag was nog onderweg.
Terug

102. De eerste brief van Anna van woensdag 4 oktober. Was dit de eerste brief die Antoon sinds zijn huwelijk van haar kreeg?
Terug

103. Martinus Heymans, getrouwd met Bertha, een zuster van Antoon.
Terug

104. Ter inbinding; zie de eerste brief van Anna.
Terug

105. Antoon vergist zich ten tweeden male in de datum. Omdat de audiëntie plaats had op zaterdag 7 oktober -- zie o.a. de noot bij de postkaart van 7 (i.p.v. 8) oktober -- moeten we deze brief plaatsen op zondag 8 oktober.
Terug

106. Deze brief draagt ook weer de verkeerde datum. Omdat het vertrek uit Rome plaatsvindt op maandagmorgen om 8 uur (zie de beknopte reisbeschrijving) moet zondag 8 oktober beschouwd worden als de laatste dag van het verblijf te Rome. Uit de Reiskrabbels XI van Heeroom kan men lezen dat de voornaamste agendapunten zijn geweest: H. Mis van Pater Govers aan het hoofdaltaar van St. Pieter (dus in de abside achter de confessio), bijeenkomst van de H. Familie in de redemptoristenkerk aan de Via Merulana, San Pietro in Vinculi, S. Caecilia in Trastevere, Piaza del Populo, Villa Borghese, Palazzo Margherita en tenslotte 's avonds vuurwerk op de Pincio.
Terug

107. Versta: allemaal. Van thuis meegebracht, toen al niet anders...
Terug

108. Ansichtkaart met Campanile di Giotto van Florence. Stempel niet meer aanwezig; ongedateerd.
Terug

109. Vertrek uit Rome op maandag 9 oktober. Vanmorgen, dinsdag 10 okt., uit Florence vertrokken en nu, laat in de avond, wordt deze brief geschreven. Het is de eerste van twee luidruchtige avonden op het San-Marcoplein. De datering is correct. Morgen zal vanuit Venetië per tram Padua bezocht worden. Men delibereert om ja of nee mee te gaan. Iemand zegt: Dan mag ik van m'n vrouw nooit meer er op uit, als ik nie in Padua ben geweest. Antonius is haar beste vriend (Heeroom, blz. 441).
Terug

110. Nuenens geen een, niet een.
Terug

111. Ik weet er niets van: ik ondervind er geen schadelijke gevolgen van.
Terug

112. De tekst van deze paragraaf is letterlijk overgenomen uit het eerder genoemde pelgrimsboekje, blz. 14 -- 18. Hij is waarschijnlijk van de hand van pater A. Brinkman CssR, die ook onder pseudoniem Heeroom de reis versloeg in het Familieblad. Vgl. de in de eerste aantekening genoemde kronieken.
Terug

113. Deze paragraaf is letterlijk, met fouten en al, overgenomen uit het pelgrimsboekje blz. 22 - 23.
Terug

Terug naar boven