De klomperij - Een Nalezing
|
Het was met het oog op onderbouwing van alreeds genoemde hypotheses over de geschiedenis van het
ambacht der klompenmakerij dat ik in juli 1963 - na de verschijning van de
Kleine Atlas van de Klomperij in mei 1963 - bij een vakantie in De Vogezen onderzoek heb
gedaan naar de klomperij in die regio. Van dat onderzoek noch van de conclusies waartoe
het aanleiding gaf is eerder verslag gedaan. Vanwege de mogelijkheden die het internet
biedt geschiedt het thans op deze wijze. Het belang van het onderzoek in deze noord-oosthoek
van Frankrijk
is hierin gelegen dat onze kennis omtrent
de saboterie er in grote mate ruimtelijk door werd versterkt en dat we bepaalde
kenmerken aantroffen die de reeds bekende structuren alsook bepaalde hypotheses ondersteunden. Het belangrijkste was
dat we ook in deze regio variërende instrumentaria vonden en met name dat we een plaats
bezochten waar de eenheid van heulbank en snijbank voor het paalmes nog te fotograferen was.
Voor ons verslag kunnen we overigens volstaan met enig commentaar bij de afbeeldingen,
samen met benamingen van de getoonde gereedschappen.
Afbeelding 1 tot en met 9 zijn afkomstig uit Dabo, gelegen 40 km ten westen van Strasbourg. De aldaar op 9 juli 1963 geraadpleegde klompenmaker was duitstalig. Hij was ongeveer 65 jaar oud en werkte sinds 1928 machinaal. Hij gebruikte een boormachine van het merk Baudin. Het uitwendig kopiëren van de mal en het uithollen gebeurde op afzonderlijke machines. De machines waren van structuur niet verschillend van de in Nederlandse bedrijven gebruikte. |
Op de eerste afbeelding zien we op het Haublock twee Spaltkeilen (kloofbeitels)
samen met een bijl. Kloofbeitels met houten aanslagstukken zoals de foto toont heb ik nooit
elders gezien.
|
De foto's 2 en 3 tonen de Säbelbock met de Holzschuhsäbel. Het gaat hier om het typisch Franse holle paalmes, waarover in de Atlas uitvoerig gesproken is. Opvallend is dat het niet gemonteerd is op een zware, ruwe bank van een lichte boomstam, maar op een lichter meubel dat eerder aan een driepotig snijpaardje doet denken. Het heeft trouwens ook de voor het snijpaardje typische houten steun waartegen het te besnijden voorwerp kan worden vastgeklemd. |
Hier treffen we in een zeer fraaie vorm het paalmes dat in de Atlas een aantal malen verschijnt met de kwalificatie Frans. De variant werd ten onzent eerst sedert rond 1910 bekend. Veel wetenswaardigs erover vindt men in de Atlas (blz. 156 vv). De foto's binnen deze 'Nalezing' laten, voor zover ze paalmessen tonen, wel duidelijk die holle, Franse vorm spreken. |
![]() Op foto 4 zien we de Bohrbank. De plaats waar de klompen worden vastgekneld loopt niet naar voren omlaag maar ligt horizontaal. 't Ziet er wel een beetje onderkomen en versleten uit. Alsof het werk toch niet meer zo intens beoefend wordt als misschien vroeger het geval was. Links ligt een Teksel (dissel) en vaag op de achtergrond (de handvatten bovenaan zijn niet goed zichtbaar) zien we een reeks van negen Löffel (lepelboren). |
|
![]() ![]() |
Foto 5 is een beetje een allegaartje. We zien vooreerst een paar voltooide lage klompen (vrouwenklompen) die
ook op foto 6 te zien zijn. Ze zijn fraai van vorm en vallen op door een enigszins vlakke achterkant;
de hakken staan geenszins rond naar achteren, zoals bij Nederlandse klompen altijd het geval is.
Verder is rechts zichtbaer een Holzshuhbeil. Let op de hoek waarmee de steel in het
oog van het mes steekt; vergelijk de vorm met die in Denemarken en constateer dat de
overeenkomst frappant is. Ook die in Corrèze (zie beneden) lijkt er zeer sterk op.
De hamer die hier ligt schijnt geen functie te hebben bij het uithollen.
Iets als een dopbeitel vinden we niet op de foto's.
Een hamer lijkt mij niet bruikbaar tezamen met de Anfangbohr die we zien, met zijn vleugelvormig
boorblad, dat in staat is direct een ruim gat te maken. Specifiek voor het uithollen is ook het
Stosseisen, dat in de vorm van zijn snijblad lijkt op de gratrèsse uit Slilenrieux
(afgebeeld in de Inleiding van onze Nalezing). Het is een zeer specifiek klompers-instrument dat in heel
Frankrijk voorkomt maar nog niet aangetroffen wordt op een afbeelding met 18e-eeuws gereedschap
(metiers.free.fr). In de Atlas (124) komt de gouge er erg dicht bij.
Foto 6 heeft geen andere bedoeling dan de klompen te tonen zoals ze in Dabo in de Bohrbank staan.
|
![]() |
![]() |
![]() |
Terug
De Vogezen - Menil Thillot![]() |
Terug
La Bresse - Lescheroux![]() Als ik de foto van de heulbank bekijk waaraan het gehanteerde paalmes, le paroir, vastzit, rijst enig wantrouwen. Het is een gloednieuwe werkbank die kennelijk met opzet een oud tintje heeft gekregen. Zie maar de vers geschilde poten van het meubel en de frisse witte berkenbast van het blok. Bovendien zit het paalmes zo onhandig gemonteerd dat de heulbank onmogelijk gebruikt kan worden zolang iemand staat te besnijden. En de bediener van het grote mes zal zijn rechterhand deerlijk kwetsen als hij één keer even uitschiet. De situatie bij het maken van de foto is daarom misschien niet al te zeer getrouw tegenover de werkelijkheid van het bedrijf. Ik vermoed trouwens dat de feitelijke produktie van klompen in Lescheroux louter machinaal geschiedt en dat het praktiseren van het oude handwerk alleen voor de toeristen bestemd is. |
![]() |
|
![]() |
Terug
Corrèze![]() Men zou van mening kunnen zijn dat zo'n eenvoudige ansichtkaart weinig interessants kan bieden. Maar ik merk toch het volgende op. Vooreerst is de zeer gedetailleerde weergave van de klommpenmakersbijl alleen al van belang voor de documentaire waarde. Maar daar komt nog bij wat op de achtergrond te zien is. Ik bedoel niet de klompen in het rek ter rechter zijde, maar de instrumenten links. Boven de schouder van de klompenmaker zien we een hangend mes: het heeft twee haaks geplaatste handvatten die beide te zien zijn. Het instrument hangt met het ene handvat op een lat. Het is een dubbelhandig snijmes van een vorm zoals die ten onzent op een snijpaardje gebruikt wordt. Achter het onderste van de beide genoemde handvatten van dat snijmes zien we een scherp naar rechts toe gebogen snijblad van een mes als de varshaak. Even naar beneden toe - juist boven de elleboog van de klompenmaker - zien we het dwarsgeplaatst handvat (de kruk) van dit mes. Vlak links naast dit hangende varsmes - zoals ik het maar wil noemen - hangt een gelijksoortig mes, ook met een kruk, maar nu met een meer recht uitlopend mes met een kleine krul. Het lijkt in zijn snijdend gedeelte meer op een Nederlandse (hak)haak (zie beneden). Boren met krukken zijn heel gewoon, maar messen met zulke handvatten zijn zeldzaam. Deze beide instrumenten hier lijken nog het meest op de Schafbeitel van Dabo (foto no. 8). Het woord pouces in de tekst hierboven zou ik als "snijbladen" willen vertalen. |
Terug
GascogneToch zakken we nog even wat verder naar het zuiden en zuidwesten. Ditmaal naar Gascogne, beter gezegd naar de Atlas Linguistique de La Gascogne van Jean Séguy (deel III, blz. 664), die ter plaatse rept over de outils du sabotier. De belangrijkste informatie die daar te vinden is is van negatieve aard. De afbeeldingen op een andere plaats in die altlas tonen overduidelijk dat de klomp in onze zin er wel bestaat. In onze zin, dat betekent: schoeisel van hout waarbij de voet van achter, van opzij en van boven over de voorvoet wordt ingesloten in hout dat met de zool één deel vormt. Maar als gereedschap wordt niet anders getoond dan een houten bank (esklupero) en een heulmes (zoals ik het wil noemen) kulero. Het eerste woord is verwant aan esklop "sabot", een woord dat ik met het Vlaamse kloppere "klomp" in verband wil brengen, hoewel menigeen er een onomatopee in zal menen te zien (of horen). |
![]() ![]() |
De bank die ermee aangeduid wordt staat afgebeeld (op een andere planche overigens) en blijkt een meubel op
vier poten te zijn met aan het ene uiteinde een vierkant uitgehakte opening of inkeping. Het valt nauwelijke voor te
stellen hoe dat meubel werd gebruikt. Vanwege zijn geringe hoogte denk ik dat de klompenmaker er
schrijlings op plaatsnam bij het uithollen.
De enige werkbank waarmee het vergeleken kan worden is de Cap uit Silenrieux in de Ardennen,
die overigens diende om er het werk du planâdje "planage" met la plane (het paalmes)
op te verrichten. Een paalmes ontbreekt echter in de Gascogne. De esklupero wordt wellicht gebruikt
bij het uithollen. (De beide afbeeldingen zijn tekeningen van mijn hand.)
Van het tweede mes, het Kulero - dat is het Franse woord cuillère, dat gebruikt wordt voor de klompenmakers-lepelboor - staat ook een tekening op dezelfde plaats. Het is wat zijn snijdend gedeelte betreft identiek aan de Schafbeitel uit Dabo (zie ook Corrèze hierboven), maar het heeft geen dwars handvat (een kruk) doch een lang handvat in de lengte, zoals de Brabantse (hak)haak. (Zie de afbeelding beneden, een tekening van Antoon van Bakel die voorkomt in Vaktaal). Dit mes dient, zegt de tekst, pour creuser "om uit te hollen". |
De negatieve informatie is het belangrijkst : hier is geen heulbank, hier is geen paalmes, hier zijn geen avegaars. Dit is het uiterste zuidelijke grensgebied van de Europese klompenregio. |
Jan van Bakel, april 2001