Jan van Bakel.



Dagboek Zuid-Afrika

Vorige: 2 augustus 1981
Terug naar hoofdmenu.


Johannesburg 3 augustus 1981

Vanmorgen om kwart over negen zijn we in Escombe weggereden. Nooit heb ik me zo gerealiseerd: wat je nu ziet, zie je voor de laatste keer; je gaat het graf in en je zult het niet teruggezien hebben. Dat is een heel aparte sensatie. Kijken naar het huis van Jos, naar een bepaalde hoek van de tuin, de boom vr in de hoek waar in de hitte van de middag vaak die blue-head zich liet bewonderen tegen de stam. Goed het beeld in je opnemen en weten: dit is de laatste keer. Goed, weg dus uit Escombe, 591 km voor de boeg naar het noordwesten toe. De route was tot Ladysmith bekend, hoewel we het laatse deel hadden gereden in het donker. Ik bedoel natuurlijk: toen we terugkwamen van het Kruger Nationaal Park. Maar deze keer hebben we veel beter dan toen gezien hoe ontzettend mooie landschappen Natal heeft. Het is een schitterende provincie. De klim bij Pietermaritzburg met het overweldigende panorama op de Port Natal (Durban) is werkelijk prachtig. Ook al zien we nu alles in de wintergrauwte. In tegenstelling tot wat ik verwacht had was de drukte op de weg niet erg groot. De klim naar de pas bij Van Reenen was zeer indrukwekkend. Het is de opstijging naar de hoogvlakte van het centrale gedeelte van Zuid-Afrika. Johannesburg ligt zo op een hoogte van 1800 meter. Op de hoogte bij de pas bevindt zich een restaurant dat Half Weg heet (of zoiets). Het ligt inderdaad op de helft van de route Durban - Johannesburg. We hebben daar een kleinigheid gegeten.

(...)

Tegen vijf uur, op een afstand van ongeveer dertig kilometer, misschien wat minder, verschijnt plotseling hoog op de horizon de skyline van Johannesburg. Als je iets over de geschiedenis van Zuid-Afrika gelezen hebt, weet je dat die stad ontstaan is toen in de jaren rond 1870 diamant en goud gevonden was. Vandaag telt de bevolking 3 miljoen mensen. Als je de stad aan de horizon ziet verschijnen, herinner je je "Tranen over Johannesburg" en je weet dat het een stad is van de heidenen, iets als het onheilspellende Sodoma en Gomorra uit de bijbel. Zonde, rampspoed, misdaad. Een stad, gebouwd op de hebzucht, een stad zonder menselijk geluk. Ik weet niet of dat allemaal waar is, maar die gedachten gaan door mijn hoofd als de vage lijnen van de wolkenkrabbers op de horizon verschijnen. Dichter bij de stad zien we de goudmijnen, de onafzienbare gele zandbergen, allemaal uitgewassen en uitgefilterd maar toch nog geel als het goud zelf. En dan zitten we, kort voordat onze weg die gaat in de richting Pretoria, zich voegt bij een brede autobaan die uit de stad komt, plotseling midden in het verkeer van wat heel overtuigend een wereldstad is. Geen de minste schijn van provincialiteit, iets waarbij vergeleken Amsterdam een vriendelijk vissersplaatsje is. En natuurlijk onmiddellijk files.

Verder: 4 augustus 1981


Jan van Bakel, Zuidafrikaans dagboek.
janvanbakel.nl

Terug naar boven

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.