Jan van Bakel.



Dagboek Zuid-Afrika

Vorige: 4 augustus
Terug naar hoofdmenu.


Johannesburg-Nairobi, Costa del Sol
5 augustus 1981

We zijn nu 55 minuten in de lucht met opnieuw een grote DC-10-30, als tenminste de gegevens van de reddingsinstructies overeenkomen met het type van het toestel. We gaan een lange nacht tegemoet. Ik zal kijken of ik de concentratie kan opbrengen om iets zinvols op te schrijven over onze laatste dag in Zuid-Afrika.

We waren van plan geweest vandaag in de ochtend deel te nemen aan een bus-excursie naar Soweto. Nico Weber - bij wie we logeerden - had gisteravond telefonisch genformeerd en zo wisten we dat de trip om kwart vr negen zou starten. Waar precies was niet bekend op het adres dat de inlichtingen gaf. En Johannesburg is groot. Toen we gisteravond gegeten hadden in het Italiaanse restaurant Tiberius, heeft Nico alvast de route in de richting van het centrum gereden om Jos op weg te helpen. Het was vanmorgen erg vroeg opstaan. Met de reis aanstaande had Gon zowel als ik slecht geslapen. Ik was al een hele poos wakker toen het nog volkomen donker was; ik weet niet hoe laat. Later heb ik nog wat geslapen, maar om half zeven waren we present. Toen ik kort daarna naar buiten liep stond de buurman met een emmer heet water de voor- en achterruit van zijn auto te ontdooien. De zon klom al stralend aan de hemel, maar het vroor nog. Kort daarna wij vlug vlug met de auto naar het centrum. Het verkeer was voor ons n lange, vrij trage file, maar alles bleef wel doorstromen, hoe dicht we het centrum ook naderden. Alles uitermate gedisciplineerd. Niemand ook maar even overwippen naar de twee volkomen vrije busroutes aan de andere kant van de witte streep. Zodra we bij het station kwamen in het midden van de stad, hebben we een parkeergarage gekozen. Geen enkel probleem. Het is duidelijk dat het centrum gemakkelijk alle van buitenaf toestromende files kan opnemen. Toen we buiten kwamen voelden we hoe vinnig koud het was. En je moest op het vroege uur, met een lage zon en de hoge wolkenkrabbers, wel erg ver lopen om eens even in de warme zon te komen. Jos zocht naar informatie over de bustocht. Op het eerste adres wist niemand er iets over. Wel iets vaags over een tweede adres waar ze het wl zouden weten. Straten verder dat tweede adres. Er stond daar toevallig een chauffeur bij het loket, overigens om zelf ook iets te vragen, die zei daar en daar in een etalage wel eens wat gelezen te hebben van die aard. Wij met een taxi daar naar toe. Te laat, de bus al vertrokken. Ook een excursie naar de goudmijnen was al weg. Toen hadden we dus plotseling volop tijd. Het was negen uur en steenkoud. Wij naar Holliday Inn voor warmte en wat koffie en daarna naar Carlton Centre. De hoogste wolkenkrabber van de stad met een uitzichtplatform (achter glas!) op de 50e verdieping. De hoogte is 202 meter, samen met de 1800 waarop Johannesburg zelf al ligt dus 2000 meter boven de zeespiegel. De stad heeft door die hoogte geheel het karakter van het hooggebergte: een erg scherp stralende zon, een bijtende kou bij nacht en een erg donker-blauwe hemel. Over het schitterende uitzicht kan weinig gezegd worden. Het zou alleen maar valse lyriek worden als ik een beschrijving zou beproeven. Foto's kunnen de indrukken beter weergeven. Hoop ik.

We zijn een hele tijd boven gebleven. Almaar heen en weer, van oost naar west en van noord naar zuid. Eindeloos turen met de verrekijker. Naar Pretoria met vaag het Voortrekkersmonument, naar de goudmijnen, die rijke vloek die op de stad rust. En, verweg aan de horizon, naar Soweto. Er is natuurlijk nauwelijks iets van te onderscheiden, maar het intrigeert toch, te weten dat je het ziet. Daarna hebben we in een Whimpy, ook boven op de galerij, een sandwich gegeten. Toen naar beneden en de auto opgezocht. Die zich uiteindelijk in een andere garage bevond dan waar we hem zochten. En terug naar het huis van Nico, de koffers opgehaald en, wat later op de middag intussen, op weg naar Jan Smuts, airport.

De indrukken van Johannesburg moeten nu eigenlijk compleet zijn, want het ligt inmiddels (we zijn twee uur in de lucht) zeg 2500 km achter ons. Maar met zo'n stad is dat een onmogelijke zaak. Ik heb natuurlijk wel enig idee. Mijn hoofdindruk is dat de stad lang niet zo louche is als ik verwacht had. Ik had gedacht aan toestanden zoals je ze uit verhalen over New York en Harlem kent: als je bij een stoplicht staat, zorgen dat de auto van buitenaf niet geopend kan worden. En vooral oppassen dat op straat niet je fototoestel of je tas uit je handen gekaapt wordt. Maar dat valt allemaal erg mee. Wat je op straat ziet zijn werkende mensen. Leeglopende bedelaars zijn er niet, of in elk geval zo weinig dat ze niet opvallen. Zwarten tref je aan in alle standen van maatschappelijke welstand, van de zeer rijke en goed geklede tot de heel eenvoudige arbeiders toe. Maar verder heeft de stad, zoals wij die gezien hebben, weinig bijzonders. Ook maakt ze niet de indruk een geschiedenis te hebben. Ze is in de 100 jaar van haar bestaan gewoon pijlsnel gegroeid tot een wereldstad. Ze groeit trouwens nog steeds tomeloos door. Per maand is er een instroom van 30.000 mensen. Immigranten uit Europa voor wie, als ze geschoold zijn in wat dan ook, genoeg werk te vinden is. Aan geschoolden bestaat een grote behoefte, ongeschoolden zijn er genoeg.

Jos is natuurlijk een veel te eigenwijs man om van een eigenwijs man als Nico Weber is aan te nemen dat hij voor Jan Smuts het best de ringweg om de noord kan nemen in plaats van het dwars door de stad te proberen. Hij heeft tenslotte vroeger een jaar of zeven acht in Johannesburg gewoond. We hebben vanaf Carlton Centre trouwens nog de fabriek gevonden waar hij toen werkte. Dus hij koos de route door de stad heen. En met succes. En niet zonder trots ook. We waren ruim op tijd aanwezig. We hebben ons geamuseerd met kijken naar binnenkomende en vertrekkende vliegtuigen. Vooral de vertrekkende natuurlijk. Hoe het gaat. Want spannend is het zeker, ook na al onze reiservaringen. En dan afscheid nemen en inchecken. Het afscheid komt plotseling. Je hebt vier weken lang samen alle uren van de dag en alle (bijna 4000) kilometers van de weg gedeeld en dan is het ineens afgelopen. Je hebt niet nagedacht over wat je bij het afscheid zult zeggen. Dus is het zomaar gauw gauw wat onbeholpens. Maar wel allemaal hartelijk gemeend. Heel, heel veel dank voor een fantastische vakantie, voor de fantastische verzorging, voor alle grote inspanningen. En het aller-, allerbeste. Het ontroert me nu al veel meer dan daarstraks: afscheid nemen van elkaar nu je elkaar zoveel beter hebt leren kennen. Afscheid voor hoelang?

Eigenlijk heb ik nu voor het eerst van mijn leven eens goed met Jos kennisgemaakt. Toen ik in 1940 thuis wegging was Jos vijf jaar oud. Net een kleuter. En nadien heb ik hem alleen oppervlakkig meegemaakt in de vakanties. We hadden ook toen erg weinig met elkaar te maken. Hij is nog eens een weekend bij ons in Den Haag op de Adriaan Pauwstraat op bezoek geweest. Maar wat is een weekend? En toen was hij dus ook nog maar een schooljongen. Nu, tijdens deze vakantie, heeft hij op de lange ritten vanachter het stuur hele grote stukken van zijn leven verteld, van zijn kostschooljaren in Voorschoten, die voor hem ook een hel zijn geweest, vier of vijf lange jaren lang. En van zijn ervaringen in Zuid-Afrika. Dan kom je dus naar de andere helft van de wereld en je vindt gewoon een broer die je helemaal niet kende.

Het vliegtuig heeft een rustige, gestadige vlucht. Het is al een beetje donker gemaakt om ons heen. Veel mensen zijn al gaan slapen. We hebben goed gegeten. De zenuwen zijn toch iets minder dan voorheen. Tien over half elf, twee uur en vijftig minuten gevlogen, zeg 2500 km.

Technisch perfecte landing op Nairobi airport om 11.25 uur. Het is nu 11.55 uur. We wachten nog op de nieuwe start. Het vliegtuig is weer schoongemaakt door een aantal zwarte werklui. Er was ook een ernstige security-man die lange tijd heeft staan toezien. Waarom? Wij denken altijd griezelige dingen in een land als Kenya. Nieuwe bemanning aan boord. Het is zo 12 uur.

Verder: 6 augustus


Jan van Bakel, Zuidafrikaans dagboek.
janvanbakel.nl

Terug naar boven

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.