Jan van Bakel



Pseudogesprekken


Terug naar hoofdmenu
Vorige Entr'acte
Volgende Entr'acte
Archief Entr'actes

Waar zouden die nou toch hun scholing opdoen? Die gespreksleiders of praatprogrammapresentatrices van zondagsnachts op de KRO-radio of dat dagelijkse gedoe met dat tegeltje in Kunststof en die tekst die daarop moet komen? En nog heel wat andere, want in Casa Luna is het vijf keer in de week raak. En Simek 's nachts kan er ook wat van. Ik hoop dat u dat allemaal niet hoeft mee te maken want het is waarlijk geen lolletje. Zelf ben ik nou eenmaal zo'n radiofanaat, tenminste als het niet gaat om BNN maar om degelijke gesprekken. Dus ik kom het allemaal tegen. Daarom even deze bespiegeling, als het zo mag heten. Ik wil het niet hebben over dat eindeloze gevis naar emoties. Een ondervraagd object hoeft geen informatie te debiteren, als hij maar naar zijn ontroeringen en emoties laat kijken. "Wat gaat er dan in je om?" "Wat doet dat met jou?" En zelfs niet om iets als "wat is daar dan mooi aan?" als iemand antwoord gegeven heeft op de vraag wat hij mooi vond. Waar zouden ze die onzin toch geleerd hebben? Een gewoon mens komt toch niet op die dingen? Daar moet toch iemand achter zitten? Iemand die dat levert? Bij wie je scholing opdoet voordat je met je programma begint?

De instructeur, de leraar, de talkshowmanager (ook voor gesprekken met één subject), bedenkt voor jou de formule als je het honorarium voor de driedaagse scholing - driemaal één uur - hebt voldaan (1500.- euri). Je programma moet iets eigens hebben. Waardoor de luisteraar jou en je programma dadelijk herkent. Zo begin je bijvoorbeeld standaard met de grootste bÍtise die ik op mijn levenspad nog ben tegengekomen: "Waar zou je op dit moment nou graag willen zijn?" Ik zou denken: "Hier bij jou natuurlijk! Je denkt toch zeker niet dat ik hier die stomme vraag zou komen aanhoren als ik niet hier bij jou zou willen zijn?" En als het afgelopen is: "Met wie zou je nou graag de hele nacht willen doorpraten?" ("Met geen mens, mens, hoe kom je d'rbij?") En dat wordt het slachtoffer natuurlijk vantevoren allemaal ongezouten ingezouten: denk erom, ik begin altijd zo, en ik eindig altijd zo. Ze hebben zich dus op die vragen voorbereid en wij krijgen de schaapachtige antwoorden te horen. "Met mijn grootvader die ik al als kind verloren ben!" "Met Theo Maassen", zei iemand. "En wat zou je hem dan vragen?" Hoe halen ze het toch in hun hoofd, behalve als ze te stom zijn om te kunnen bevroeden hoe stom het allemaal is. En wie leent er zich nou voor? Zouden ze het nooit eerder met iemand anders hebben horen gebeuren? Of wint de ijdelheid? Als je Wim T. Schippers uitnodigt voor dat tegeltjesgedoe loop je natuurlijk een groot risico. Hij sprak over zijn overzichtstenstoonstelling met goeddeels werk van vroeger dat hij al zowat vergeten was. En de ondervraagster: "Welk werk verbaasde je het meest?" Wie had er nou over verbazing gesproken? Een vraag als "Waren er ook werkstukken bij waarover je je verbaasde?" had nog gekund. Schippers liet geen misverstand bestaan over de stupiditeit. De interviewster stierf hoorbaar. Ik luisterde met kromme tenen. Er is nog uren gedregd.

Ik heb de moed niet om iets te gaan uitleggen. Dat is trouwens ook schoon overbodig. Als u het niet zou snappen al helemaal. En anders zeker.

Jan van Bakel, 3 oktober 2005

janvanbakel.nl

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.

Terug naar boven