Jan van Bakel.



Vrijheid

Vorige Entr'acte
Volgende Entr'acte
Terug naar Archief Entr'actes
Terug naar hoofdmenu.


Wat heb ik ooit gelezen van Foucault? Geen letter. Michel Foucault (1926 - 1984). Ik heb zijn jaartallen ergens van het internet moeten plukken. In De verbeelding van het denken, dat ik wel eens citeerde, heeft hij een kort paragraafje dat wel aanmoedigt om hem te lezen. Maar, er is zoveel. Ik las een citaat naar hem bij Safranski (over wie ik ook al sprak) waar hij schrijft:

    Onder de invloed van Nietzsche ontwikkelt Foucault zijn ontologie van de contingentie: 'De krachten in het spel van de geschiedenis gehoorzamen niet aan een bestemming, noch aan een mechaniek, maar aan het toeval van de strijd. Zij manifesteren zich niet als de successieve vormen van een voorafgaande intentie of met het oog op een definitief resultaat. Ze treden op in het unieke dobbelspel van de gebeurtenissen'.
Safranski voegt eraan toe: Voor Foucault betekent deze gedachte een bevrijding. Je hoeft je niet meer van de wijs te laten brengen door het fantasma van een grote orde, waarvan men gelooft dat men eraan moet beantwoorden omdat de orde der dingen erdoorheen zou spreken. (Rüdiger Safranski, Nietzsche. Een biografie van zijn denken, 341).

De toevoeging keert iets wat zich zou kunnen vestigen als een inzicht weer binnenstebuiten tot een vraagstelling. Dat inzicht waarvan sprake zou kunnen zijn zou tegengesteld zijn aan de gedachte dat er een bepaalde orde heerst in alles wat voorvalt. De wereldgeschiedenis, op grote en kleine schaal, is niet alleen het product van oorzaken die door de fysica beschreven kunnen worden maar ook, althans in een aantal opzichten, van strevingen. Daarbij moeten we uiteraard denken aan handelingen die door overleg gestuurd worden, eenvoudig omdat een streving altijd wordt toegedacht aan een doelgericht en doelbewust opererende instantie. Die gedachte impliceert - misschien onder andere en dus ook - de menselijke macht over dat wereldgebeuren en bijgevolg de verantwoordelijkheid daarvoor. Juist door deze implicatie kan een afscheid van dat idee een bevrijding zijn. Een bevrijding van schuld, maar natuurlijk ook, als hoge prijs, van vrijheid. Ik ben niet in staat te beoordelen in hoeverre Nietzsche die gedachten huldigde. Ze lijken immers een problematische verhouding te hebben tegenover menselijke macht, die in zijn opvattingen ooit zelfs een ‹bermensch zou kunnen voortbrengen. Willens en wetens. Eerder lijkt het idee, zo nodig via Nietzsche, terug te gaan op Schopenhauer.

Mij dunkt dat een standpuntbepaling - of een gedachtevorming - in deze kwestie geen andere grond kan hebben dan de interne ervaring van het zelfbewustzijn van een mens die nadenkt. De kant van waaruit je de zaak moet benaderen is die van de menselijke vrijheid. Zonder vrijheid is een streving in de bedoelde zin, een keuze en de verantwoordelijkheid daarvoor, de aansprakelijkheid ook en de schuld of de verdienste, ondenkbaar. Wat is de evidentie voor zulke vrijheid? Ze wordt overal verkondigd en aangehangen. En er is geen mens die niet soms zegt: dat wil ik gewoon, zo simpel is dat. En die niet het idee heeft dat hij vrij kan kiezen. En kiest. Maar ik vraag me altijd af: had ik dat anders kunnen doen? En ik ben nog nooit bij ja uitgekomen. Schopenhauer zegt ergens: als je een planeet zou vragen waarom hij om de zon loopt, zou hij ook antwoorden: dat wil ik gewoon zo.

Jan van Bakel, 24 maart 2002.

janvanbakel.nl

Terug naar boven

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.