|
Prachtige detailsTerug naar hoofdmenu
Nu schrijf ik iets over een gedicht van Rutger Kopland. Niet dat ik U iets nieuws zou moeten vertellen over wat hij schrijft in zijn gedicht met de titel Groen uitgeslagen. Dat kunt u immers zelf evengoed lezen als ik dat kan. Wie weet zelfs veel beter. Mij gaat het erom uw aandacht te vragen voor wat ik bij hem lees. Dat is dus geen zaak van literatuurgeschiedenis of literaire kritiek. Misschien zelfs niet van poëtische analyse. Wat ik lees en wat ik opschrijf kan geen enkele pretentie hebben voor wetenschap en zeker ook niet voor de poëzie van Rutger Kopland, voor wat ze betekent of voor waar ze over gaat. Het enige met zekerheid waar het hier om kan gaan is mijn eigen interpretatie en datgene wat ik bij hem lees. Houdt dat dan geen pretentie in? Ik zou denken van niet. Het recht van de lezer is de interpretatie. Voor zover dat een persoonlijke aangelegenheid is is die haar eigen verantwoording en legitimatie. Misschien mag je zeggen: hoe meer interpretaties hoe beter. Maar ik laat de mogelijkheid open dat u deze of gene meer waardeert dan een andere. Maar dat geldt vanzelfsprekend niet voor mij. Hoewel ik het zou respecteren als uw interpretatie geheel en al van de mijne afwijkt. Wat mij natuurlijk wel erg zou verbazen. Mochten mijn gedachten hier of daar dicht bij de uwe komen, zoveel te beter. Ziehier de vier strofen.
Ze zijn er een beetje bij blijven
vanuit de trein weer zulke ontroerende
Grootmoeder weer begraven. Het mistte
In een rivier deze zomer hele grote Wat moet de lezer nou na de tweede strofe? Hij denkt: ja, inderdaad, dat is te begrijpen, als je zo uit de trein die tuintjes ziet in zo'n groeizaam regentje, dan is alles plotseling terug, daar is niets tegen bestand. Maar in de derde strofe opent zich plots toch weer een heel ander perspectief. "Grootmoeder weer begraven" is immers heel iets anders dan "weer zulke ontroerende / moestuinen gezien". Nu gaat het niet om het hernemen van het oude werk met de oude motieven naar aanleiding van nieuwe confrontaties. Hier een terugkeer in de herinnering naar een vroegere gebeurtenis van dat type. Ook dat moet begrepen worden natuurlijk als een voortzetting van "Ze zijn er een beetje bij blijven / liggen, die duizenden gedichten". Er is dus geen nieuwe gebeurtenis nodig om de dichter terug te voeren naar zijn motief van de "oude beschimmelde dingen". Die dingen zelf keren in hem terug en roepen onder zijn pen het oude motief weer op. Hij argumenteert niet daarover. Zijn chaotische gedachtegang voert hem mee en brengt de dichtregels voort. Van volkstuintjes naar de begrafenis van Grootmoeder, "om te huilen zo mooi". De lezer denkt: zo mooi omdat het om te huilen is, om te huilen omdat het zo mooi is. Even moeilijk situeerbaar als de vorige strofen in hun onderlinge verbanden is de plaats van de vierde strofe in verhouding tot het voorafgaande met zijn motieven en structuur. Hier geen herinterpretatie of herbeleving van ontroeringen uit het verleden, maar de revelatie van een niet eerder tot poëzie gestold feit uit die baaierd. Ook weer zo'n oud beschimmeld ding? Er lijkt geen verband met het vorige zou je zeggen, maar misschien is het wel de totale laatste allesopenbarende samenvatting van het wezenlijke van al die verborgenheid tezamen. Geen enkele poging wordt gedaan om de rotsblokken in de rivier voor te stellen als iets van "de oude beschimmelde dingen" en de ontroeringen van de dichter daarbij. Er staat geen "en" en geen "weer". Dit is iets nieuws, niet eerder ervaren, niet eerder bevoeld, maar toch van eenzelfde smaak. Een waarneming - beter: de herinnering daaraan - in gepeins van een samenzijn met "jou". Niet anders dan een vluchtige associatie van die "prachtige details" van de rotsblokken met die andere vormen, ditmaal "van steen natuurlijk". Ik heb een dag lang geprutst en gepeuterd aan deze regels. Maar het blijft weinigzeggend. Misschien moet u dat gedicht nog maar eens overlezen. Jan van Bakel, 20 januari 2004 janvanbakel.nl
Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.
|