Jan van Bakel



Genieten van je uitdaging


Terug naar hoofdmenu
Vorige Entr'acte
Volgende Entr'acte
Archief Entr'actes

Was het nou echt een beetje "te", dat vorige stukje over dood en vergeten? Je kunt tegenwoordig niet zomaar alles zeggen. Dat hebben we kunnen merken aan de vlucht van Paul Cliteur. Mensen achten zich aangesproken als je afkeuring uitspreekt over iets in abstracto waaraan ze zich kennelijk schuldig voelen. Je moet natuurlijk niet spreken in termen van menselijke personen, katholieken bijvoorbeeld, socialisten, moslims, protestanten. In het algemeen gesproken zou je over categorieën van personen volgens mij wel afkeurende woorden mogen spreken wanneer iets je niet bevalt aan ze. Eigenlijk kun je daar trouwens nauwelijks omheen. Zo mag je bijvoorbeeld rustig zeggen dat moordenaars geen plaats waardig zijn binnen onze beschaving. En dat is ook een categorie. Zelfs een moordenaar heeft volgens mij geen grond om zich door zulk een uitspraak gediscrimineerd te voelen. Zolang hij maar niet als persoon wordt aangesproken. Dat is dus ook een fout als je het mij vraagt: je gediscrimineerd voelen door een categoriale uitspraak. Discrimineren kun je alleen maar personen. Je moet dus nooit zeggen: hij discrimineert (b.v.) homoseksuelen. Je moet zeggen: hij heeft mij gediscrimineerd omdat ik homoseksueel ben. En dan het geval specificeren. Maar als je gaat zeggen: "hem moeten ze maar voor de tram gooien", of "hij mag van mij onder de tram komen", ja dan ga je wel te ver. Ook is het weinig zinvol om te zeggen: "katholieken mogen van mij allemaal onder de tram komen". Daar hoeft vanzelf niemand, ook geen katholiek, zich wat van aan te trekken, maar het is een weinig beschaafde uitspraak. Lijkt mij. Maar zoals gezegd: ze zouden beschuldiging van discriminatie, en trouwens ook van belediging, moeten reserveren voor strikt persoonlijke situaties. En vóór ik het vergeet: Cliteur moet het meer hebben over de verschijnselen. Dus zeggen wat er hapert aan geloof in plaats van aan mensen. Moslims of chistenen. Dat maakt dan niet uit en dat is weer meegenomen.

We bevinden ons nu zo'n beetje in de sfeer van de normen en waarden, en daar wou ik eigenlijk even iets over zeggen. Allerwege worden uitspraken gedaan over morele tekorten in de maatschappij. En dat is maar goed ook, want het moet niet te gek worden. Maar ik vind: je moet wel konsekwent zijn. Niet allerlei kwalijks zonder commentaar accepteren, terwijl een duidelijke veroordeling wenselijker ware. Zo lees je artikelen over De ondergang van het vmbo of het einde van de maakbare leerling (NRC 13-03-'04) waarin nagelaten wordt die leerlingen even op hun puntjes te wijzen. Er staan zes vrolijke kopjes bij afgedrukt met citaten eronder: "Vreemde talen zijn best wel lastig. Duitse woordjes vooral", "Ik vind alleen muziek leuk, verder helemaal niks", "Bij wiskunde krijgen we nu de stelling van Pythagoras, en natuurkunde is ook lastig", "Ik wil niet de hele dag in de boeken zitten. (...) ik snap de uitleg niet", "Elf uur per week volg ik praktijkvakken, maar ik moet twintig uur luisteren", "Van natuurkunde snap ik helemaal niks". En dat wordt allemaal niet geciteerd om te laten zien hoever we met de schooljeugd zijn afgegleden. Nee, het heeft de toon van: wat zielig toch, kun je nagaan, gelijk hebben ze. Waarom niet: wie legt dat volkje nou eens uit dat ze hun vingers bij elkaar mogen knijpen in zulk een land. En dat ze alles kunnen snappen als ze d'r belangstelling voor hebben. Niks arme domoortjes die moeten bloeden. Leren verdomme, je best doen, zorgen dat je wat wordt in de maatschappij.

De moraliteit van de dag van vandaag lees je nog het best af van de twee modewoorden: genieten en uitdaging. Ivonne Van Rooij gaat naar een andere universiteit, een grotere, want ze is toe aan een nieuwe uitdaging. Dat betekent natuurlijk niets meer of minder dan: ik begin me onderhand stierlijk te vervelen bij dat domme werk hier. En het gaat tenslotte om mijn eigen lolletje, nietwaar? Met aansporing tot maatschapplijke verantwoordelijkheid kom je niet ver meer, een mens moet ergens plezier in hebben en daar gaat het om. In hetzelfde spoor lopen we met dat woord genieten. Ook daarin wordt uitgedrukt dat het niet meer gaat om waardering voor iets goeds, bijvoorbeeld mooie muziek. Of mooi voetbal. Nee, de verslaggever vraagt: heb je genoten? En ook, op de radio, tijdens de wedstrijd bij een mooie beweging: Dat is genieten! Wie leert het ze toch? Waar halen ze het vandaan? Vanmorgen op radio 1 hoorde ik iemand praten over Genieten van je uitdagingen. Daarvandaan.

Jan van Bakel, 1 april 2004

janvanbakel.nl

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.

Terug naar boven