Jan van Bakel



Feminitis


Terug naar hoofdmenu
Vorige Entr'acte
Volgende Entr'acte
Archief Entr'actes

Wat is de bijdrage van Thomas F. Banchoff, schrijver van De vierde dimensie - Wiskunde in hogere sferen (Wetenschappelijke Bibliotheek van Natuur en Techniek, Amsterdam 2002) aan de Nederlandse cultuurgeschiedenis? De Nederlandse cultuurgeschiedenis? Jazeker. Er zijn in onze maatschappij allerlei dingen aan de hand die, hoewel weinig algemeen beschouwd als van culturele aard, toch op lange termijn zeker aan de cultuurfilosofen van dán de verzuchting zullen ontlokken: waren we toen maar wat alerter geweest, dan zou dat allemaal niet zover gekomen zijn. Ook als het zoiets ongewichtigs betreft als de Nederlandse taal. Voor het eerst in de geschiedenis heeft zich immers een angstige bezorgdheid voor de moedertaal van het volk meester gemaakt. Iedereen doet onzettend zijn best om, behalve de taal uit te spreken zoals ze geschreven staat - Jazeker, en niet andersom. Zijn ze nou helemaal gek? - ook alles wat allerwege ontstaat als gevolg van de wangunst der tijden - ik bedoel de hedendaagse politieke correctheid ook wat aangaat het gebruik van de moedertaal - ten volle maatschappelijk gestalte te geven. Eindelijk is, door de grootste geesten in ons midden, ontdekt dat onze taal bepaald niet bol staat van respect en ontzag voor het verschil der geslachten, ditmaal bedoeld niet als grammaticale categorie maar als weet van het verschil in lichamelijke voorkomens van mensen. Onze taal erkent alleen maar mannelijke voorkomens. De vrouw komt tekort. Zij vindt geen erkenning. De taal, zo menen die grootste geesten, kan niet in het algemeen over mensen spreken, zij spreekt over mannen. Mannelijke vormen wanneer men iets neutraals zou verwachten. Daar is heel dat gebroddel over "zij of hij" en "zijn of haar" uit voortgekomen. Gebroddel, want dat is het. En wat bedenkt nou Thomas F. Banchoff? Luister goed, want het is echt erg bijzonder. Hij denkt: laten we nu eens een grote inhaalslag uitvoeren en de vrouwelijke vorm gebruiken ter aanduiding van het algemene man-of-vrouw-kan-niet-schelen (effe gewoon niet aan denken). Ik citeer:

    Een plantkundige (...). Wanneer de onderzoekster de stapel dia's in volgorde bekijkt, wordt de configuratie van het inwendige van de bloemknop zichtbaar. (pag. 37).
    Als een bergbeklimster een van de toppen wil bedwingen, en daartoe haar route wil plannen, dan kan ze de hoogtelijnenkaart heel goed gebruiken om de beste manier te vinden om de onderkant van de berg te bereiken via de uitlopers van de berg. (pag. 55).
Ik moet zeggen - en het is natuurlijk een schuldbekentenis maar een mens moet zich kwetsbaar kunnen maken, durven maken moet ik zeggen, hoewel ik dat bijna niet durf - dat ik er nog wat moeite mee heb. Ik denk toch al zo vaak aan al die vrouwelijke verschijningsvormen van het verschijnsel mens. Ik kan hier alleen met veel pijn tot het genusloze algemene beeld komen. U weet wel, het algemene - en dat is weer een heel andere bijdrage aan onze cultuurgeschiedenis - daar mag je eigenlijk niet over praten. Het algemene bestaat niet. De moslim bijvoorbeeld, de kiezer, de mens. D'r zijn er een heleboel in de media die je met een wijze glimlach op zoiets attent maken. De mens bestaat niet. God, denk je dan, dat ik zo stom kon zijn. Maar nee, aan zoiets moet je bij Thomas F. Banchoff niet denken. Hij zal daar natuurlijk wel bijhoren, maar wat hij doet is voorlopig heel wat anders. Hij streeft naar dat doel, maar hij bewandelt de weg van de voorbereidende vervrouwelijking van het algemene. Mag ik het zo zeggen? Of zou het allemaal een grapje zijn van de vertaler Jan Willem Nienhuys (Waalre)? Kent u die een beetje?

Jan van Bakel, 20 augustus 2004

janvanbakel.nl

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.

Terug naar boven