Jan van Bakel



De discussie


Terug naar hoofdmenu
Vorige Entr'acte
Volgende Entr'acte
Archief Entr'actes

Niets wat in Nederland een hogere rang in de actualiteit heeft dan de discussie. Niets ook waar het volk minder voor gekwalificeerd lijkt, evident door afwezigheid van voldoende scholing. Je kunt het maar beter duidelijk zeggen. De regering is in geheim beraad gegaan om de toespraak te beoordelen die Maxima, misschien wel helemaal op eigen gelegenheid en in de hoge eenzaamheid van haar oranje functie, had gecomponeerd. We weten dat niet zo precies, want de regering is verantwoordelijk voor de tekst maar kan niet worden aangesproken over de geschiedenis van die tekst. In Buitenhof komt de minister een poging wagen om op een enigszins acceptabel niveau van intellectueel argumenteren Maxima's gecritiseerde tekst te verdedigen. De Nederlandse identiteit - zegt deze - heeft zij niet gevonden en "de" Nederlander bestaat niet. Die dingen zijn waar en wat moeten we dan hier met z'n allen, ofwel ze zijn niet waar en dan rijdt de regering een scheve schaats. Dit laatste ligt een beetje buiten zicht, want de regering is verantwoordelijk voor de uitgesproken tekst en moet alleen deszelfs waarheid met voldoende overtuigingskracht overeind kunnen houden tegen kritiek. En dat kwam mevrouw Vogelaar dus doen in Buitenhof. Althans dat bleek nodig.

Het is natuurlijk al te duidelijk dat de regering zich er in een wolk van domheid heeft laten inluizen. Ze had in een vlaag van zelfoverschatting niet het gevaar onderkend van een uitspraak over "het bestaan" van iets wat "abstract" is. Haar enige troost mag zijn dat die kwestie in het hele babbeltje bij Buitenhof ook niet aan de orde kwam. Daar was niets aan de orde dan het onbestemde gevoel dat die dingen waarover Maxima sprak toch wel op een of andere manier moesten bestaan. Zonder zoiets konden we toch met al die vreemde mensen om ons heen over niets meer praten? Dus regering: leg eens uit. En die regering schrok zich rot.

De moeilijkheid bij veel discussie bestaat erin dat het juiste begrip ontbreekt omtrent taal en de betekenis van uitspraken. De taal kan over wat dan ook alleen maar spreken in zoverre dingen uit de werkelijkheid worden gekarakteriseerd in algemene abstracte termen. Over wat dan ook kan alleen maar in abstracte termen gesproken worden. Als je een appel in de linkerhand neemt en een peer in de rechterhand kun je de overeenkomst tussen het een en het ander alleen maar uitdrukken met hantering van de abstracte termen "hand" en "vrucht" en de verschillen alleen met de abstracte termen "links" en "rechts" en "appel" en "peer". Als je het over "bestaan" hebt begeef je je buiten de taal. Wil je daarover iets aan de orde stellen binnen de taal, dan zul je ook weer de abstracte instrumenten van de taal moeten gebruiken. Dat betekent dus telkens: je zult concrete dingen moeten vangen onder abstracte algemene termen. Omdat de bestaande dingen concreet zijn kan de taal nooit adekwaat zijn. De appel bestaat niet, noch ook de peer, noch ook de rechterhand noch ook de linkerhand. In het licht van deze waarheden moet je dus zeggen dat "de Nederlander" niet bestaat. Wat je alleen maar kunt doen is: proberen overeenstemming te bereiken over de vraag wanneer je de talige term "Nederlander" op iemand zult toepassen. Heb je die marteling achter de rug, dan kun je eens gaan nadenken over de identiteit. Identiteit in de psychologische werkelijkheid binnen een menselijk hoofd - want dáár bestaat dat, indien al ergens - is de zelfinterpretatie, welke in het algemeen (als je niet knettergek bent) tot stand komt binnen een historische, culturele omgeving. Ga je gang. En heeft iemand die omtrent zichzelf door nadenken bereikt, dan kan hij die in woorden proberen uit te drukken, waardoor ze in een ruimte van "discussie" vergeleken en getoetst kan worden met en aan die van anderen. Misschien kun je zo ooit tot overeenstemming komen over "Nederlandse identiteit". En ik voeg eraan toe: dan kun je, als je door welke reden of oorzaak dan ook in de Nederlandse regering terecht bent gekomen, bij gelegenheid een koningin in den dop een beetje zinvol adviseren.

Ik kan niet laten ook een andere sotternie even ter sprake te brengen. Bij de algemene beschouwingen in de kamer dezer dagen waren van de zijde van menigeen uitspraken te horen over een karakterisering van het nieuwe kabinet in termen als links, rechts, rechts-links, links-rechts enzovoort. Dat mag. Maar knettergek in mijn optiek is het om de ministerpresident te vragen wat voor een kabinet - in zulke termen - onder zijn premierschap aan de orde is gekomen. Of in ieder geval, dat die premier niet antwoordde: "Links of rechts of wat dan ook behelst een samenvattend oordeel over (b.v.) een kabinet. Dat is een algemene (maar indien niet geëxpliciteerd of niet achteraf: zinledige) karakterisering die aan iedereen, dus ook aan kamerleden, wordt toegestaan. De regering geeft niet zulk samenvattend oordeel over zichzelf of over haar werk. Zij stelt slechts, en alleen met uw goedkeuring, regeringshandelingen".

Jan van Bakel, 9 oktober 2007

janvanbakel.nl

Reactie? Bericht: jan.van.bakel@gmail.com.

Terug naar boven